Actueel

De laatste nieuwtjes op het gebied van natuur

 

Nieuwe ‘spookwereld’ ontdekt

Britse wetenschappers van de Oxford University hebben filmmateriaal vrijgegeven van de zogenaamde 'verloren wereld'. Deze wereld is ontdekt op de bodem van de Zuidelijke Oceaan, vlakbij Antarctica. Een wereld op meer dan 2000 meter diepte met nieuwe soorten die kleurloos zijn. Een 'lost world' van spookachtige witte wezens.
Tegen alle verwachtingen blijkt  er leven te zijn op 2000 meter diepte. Onderzoekers hebben op de oceaanbodem kleurloze krabben en octopussen ontdekt die nog nooit eerder waargenomen zijn, spierwitte bijna doorzichtige wezens. Er is geen zonlicht op deze diepte en de dieren leven op een vulkanische bodem met 'schoorstenen', waar hete mineralen uitspuiten. Ze leven in een omgeving waar het maar liefst 380 graden Celsius kan worden.
Deze spookachtige wezens zijn gefilmd met een robot die wordt gebruikt voor het in kaart brengen van deze bijzondere diepzeesoorten. 'We waren stomverbaasd toen we deze dierenkolonie zagen', vertelt expeditieleider Alex Rogers aan Discovery News. 'Ze wijken zo af van het oceaanleven dat we kennen. Hieruit blijkt dat het oceaanleven nog veel diverser is dan we al aannamen.'
(Bericht De Volkskrant)


 

Nieuwe primitieve palingsoort ontdekt (22-8-11)

In de buurt van de eilandengroep Palau wat ligt boven Nieuw Guinea in de Stille Oceaan,  is een nieuw soort aal ontdekt. Het diertje is primitiever dan alle andere bestaande alen. Reden voor de ontdekkers om hem Protoanguilla palau. te dopen, vrij vertaald de Paulause proto-aal.

Japanse biologen ontdekten de vis in een grot bij een koraalrif, op 35 meter diepte in de buurt van de eilandengroep Palau. Het betreft een soort aal, die duidelijk afwijkt van alle 819 andere bekende soorten alen met onder meer zeer primitieve kaakonderdelen, een ander soort kieuwen en afwijkende vinnen. Het grootst gevonden exemplaar mat 17,6 centimeter.

Acht van de dieren zijn meegenomen naar de laboratoria om daar verder te onderzoeken. De biologen bestudeerden zowel de lichaamskenmerken en botstructuur van de diertjes grondig.  Uit een analyse van hun DNA maakten de wetenschappers op dat het hier om een zeer primitieve soort aal gaat, die is ontstaan rond de tijd dat de alen zich als groep afsplitsten van hun voorouder-vissen, ongeveer tweehonderd miljoen jaar geleden. Sinds die tijd is het dier waarschijnlijk niet veel veranderd.
In de video hieronder ziet u nog enkele onderwaterbeelden van de proto-aal, geschoten door een van z’n ontdekkers.

 

 

Opnieuw zeldzame stekelzwam ontdekt in Groningen (18-8-2011)
Nadat op 1 augustus al de zeldzame wollige stekelzwam was ontdekt in het Stadspark in Groningen, is er nu een tweede bijzondere paddestoel gevonden. Wederom betreft het een stekelzwam. Om welke soort het precies gaat is nog niet bekend. Volgens de specialisten is het of een fluwelige stekelzwam of een ruwe stekelzwam. Beide bijzonder zeldzaam en Rode Lijst-soorten. Alleen microscopisch onderzoek kan uitwijzen welke van beide het betreft.
De stekelzwam is gevonden op dezelfde plaats als waar de wollige stekelzwam begin augustus werd aangetroffen, vlakbij de parkeerplaats van de kinderboerderij in het Stadspark.

Voor de provincie Groningen zijn stekelzwammen sowieso uniek. Alleen in de omgeving van de Ruiten Aa in de buurt van Ter Apel worden soms stekelzwammen aangetroffen. In Drenthe komen ze iets vaker voor, onder andere in het paddestoelenrijke natuurgebied Vennebroek.

In de stad Groningen was de ontdekking van de wollige stekelzwam begin augustus al zeer opmerkelijk, dat er nu nog een andere stekelzwam is gevonden is welhaast een sensatie. De stad Groningen ligt met al haar poepende honden en haar verkeer namelijk niet echt voor de hand als groeiplaats voor deze paddestoelensoort. Stekelzwammen groeien namelijk op plaatsen waar de grond erg arm is (schraal) en de lucht zuiver. De gemeente Groningen zal dan ook wel erg in haar nopjes zijn met deze ontdekking als ondersteuning voor haar natuurbeleid.

Verder zien deze paddestoelen er meestal niet mooi uit, vaak is het niet meer als een soort dik plakkaat op de grond. Toch worden veel liefhebbers enthousiast wanneer ze er eentje te zien krijgen. Natuurlijk vanwege de zeldzaamheid, maar ook omdat de onderkant van deze zwam wel erg mooi is. Daar zitten een soort stekeltjes, waaraan ze ook hun naam te danken hebben.


 

24 nieuwe diersoorten in Nederland (16-8-2011)

Het afgelopen jaar heeft de Nederlandse natuur er 24 nieuwe diersoorten bij gekregen. Dat werd afgelopen weekeinde bekend in het VARA radioprogramma ‘Vroege Vogels’. Het gaat hierbij om 23 insecten en een kwal. Onder andere de luzernebehangersbij en de schubhaarkegelbij horen bij de nieuw ontdekte soorten. Verder gaat het om zeventien verschillende soorten bronswespen. Een van die wespen is de roofzuchtige kogelgoudwesp, een soort die parasiteert op andere wespen en bijen. Tot voor kort was er nog maar weinig bekend van deze miniscule insecten, maar enkele jaren geleden publiceerde Theo Gijswijt een Nederlands overzicht van bronswespen. Hieruit bleek dat er ruim 1000 soorten in ons land bekend zijn. Nader onderzoek heeft nu weer 17 nieuwe soorten opgeleverd. Op het gebied van wantsen brengt een kleine maar fanatieke groep kenners van EIS-Nederland (European Invertebrate Survey) de Nederlandse wantsenfauna in kaart. Dit levert jaarlijks diverse nieuwe soorten op met voor 2011 drie nieuwe wantsen. De nieuwe kwal is de steelkwal, een holtedier dat vanaf vorig jaar meermaals is aangetroffen in de Oosterschelde.

Onderzoeker Roy Kleukers verklaarde in ‘Vroege Vogels’ dat de noviteiten het gevolg zijn van een geïntensiveerde onderzoeksinspanning en van de klimaatverandering. Door de laatste factor kunnen de dieren gemakkelijker in Nederland overleven en zich ook reproduceren. Alle 24 nieuwelingen worden beschreven in het nieuwste nummer van het tijdschrift Nederlandse Faunistische Mededelingen, een uitgave van stichting EIS-Nederland en NCB Naturalis. Bron: Vroege Vogels

 

 

Laatste kans voor de korhoen? (12 augustus 2011)

Onderzoek moet reden achteruitgang achterhalen

Drie natuurorganisaties zijn in de maand juli gestart met het zenderen van jonge korhoenen. Dit onderzoek, wat een gezamenlijk initiatief is van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Vogelbescherming, is bedoeld om inzicht te krijgen in de overlevingskansen van deze vogel.
Het Nationaal Park ‘De Sallandse Heuvelrug’ is de laatste plek in ons land waar nog in het wild levende korhoenders voorkomen. Op dit moment leven daar nog vier hanen en zo’n tien hennen, het laagste aantal ooit. De afgelopen jaren zijn telkens alle kuikens dood gegaan, maar onduidelijk was waarom deze jongen stierven. Dit jaar zijn er één hen en twee kuikens gezenderd. Een week na het plaatsen van de zenders zijn de kuikens gestorven, net als de rest van het nest. Uit onderzoek werd al snel duidelijk dat hun dood niet met het zenderen te maken heeft. De kuikens waren graatmager en zijn gestorven door voedselgebrek. Vermoedelijk is dit één van de problemen. Onderzoeker Paul ten Den: “Het is nog te vroeg om harde conclusies te trekken, maar mogelijk is er iets aan de hand met de voedselvoorziening. De komende twee jaar gaan we meer kuikens en hennen zenderen, wat hopelijk tot meer inzichten leidt.”
Ook is het opvallend dat dit jaar bij een aantal nesten de eieren niet zijn uitgekomen. Deze eieren worden momenteel onderzocht. Het zenderonderzoek wordt gefinancierd door Vogelbescherming Nederland en duurt nog tot 2013.
Zie ook het nieuwsitem van RTV Oost via deze link.

Bron: Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer


De Grauwe Gors broedt weer in Groningen (8 augustus 2011)

Op acht plaatsen in de provincie Groningen zijn dit jaar broedende grauwe gorzen gezien. Dat meldden vogelonderzoekers van de werkgroep Grauwe Kiekendief afgelopen zaterdag 6 augustus in het radioprogramma Vroege Vogels. De grauwe gors is al 20 jaar niet meer te vinden als broedvogel in het akkerland. De broedende grauwe gorzen werden gevonden op akkers bij Drieborg, Meeden, Noordbroek, Nieuw Beerta, Finsterwolde en Westerwolde

Vroeger was de grauwe gors een veel voorkomende vogel op het boerenland. Door schaalvergroting en monocultuur verdween de vogel echter.
'De grauwe gors heeft nu waarschijnlijk geprofiteerd van het agrarisch natuurbeheer rond de Groningse akkers', denkt onderzoeker Ben Koks. 'Vooral de akkers waar nu 's winters oogstresten blijven staan lijken de vogels goed te doen. Normaal worden oogstresten al vóór de winter onder geploegd. Op enkele tientallen hectares laten boeren nu 's winters stoppels staan, gemengd met een mix van kruiden. Daartussen vinden de grauwe gorzen essentieel voer om de winter door te komen.'
De grauwe gors staat op de Nederlandse Rode Lijst als ernstig bedreigde vogel.

Ook geelgorzen, kneuen ringmussen en groenlingen komen massaal op de winterveldjes af. Voor de komende winter zijn alweer 150 ha van dergelijke winterveldjes gepland.

Oudere Groninger akkerbouwers kennen de grauwe gors onder de volksnaam ‘dikschieteliere’.

Bron: vroege vogels

 

Fruitvlieg overleeft –196 °C (30 juli 2011)

Larven van fruitvliegjes blijken bijzonder sterk te zijn. Zij kunnen overleven in vloeibare stikstof  bij een temperatuur van minus 196 °C.

Dat hebben Tjechische onderzoekers ontdekt, die deze week hun resultaten wereldkundig hebben gemaakt via het wetenschappelijke blad ‘Proceedings of the National Academy of Sciences’ 

Zij ontdekten dat de stof proline ervoor zorgt dat het water in het lichaam van de larves bij extreme koude niet bevriest tot ijskristallen, maar dat het overgaat in een soort glasachtig gelei. Dat voorkomt dat er vriesschade ontstaat aan de cellen en weefsels van de insecten.

Bijna alle larven die een uur werden ondergedompeld in de vloeibare stikstof begonnen, nadat ze waren ontdooid, weer te kruipen. Ruim eenderde bleek zich zelfs nog te kunnen verpoppen en te ontwikkelen tot een volwassen fruitvliegje. Naast de mooie rode ogen, bezit het kleine vliegje dus nog een andere opmerkelijke eigenschap.

De fruitvlieg wordt veel door genetici gebruikt in laboratoria omdat ze enerzijds makkelijk te kweken zijn en anderzijds een eenvoudig DNA profiel hebben. Ook in onze keukens is het fruitvliegje vaak, ongenood aanwezig. Bron NRC

Het vorstbestendige fruitvliegje

 

 

Bodem Waddenzee gaat nog meer dalen (26-7-11)

Met ongeloof las ik afgelopen week het volgende bericht:

“Zoutproducent Frisia mag zout winnen onder de Waddenzee in Noordwest-Friesland. Dat heeft de Nederlandse minister van Economische Zaken, Maxime Verhagen, in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld. Verhagen heeft op 8 juli groen licht gegeven voor de winning van zout in het gebied Havenmond, zo'n drie kilometer uit de kust bij Harlingen. Het zout bevindt zich op twee kilometer diepte en wordt aangeboord vanaf het industrieterrein van Harlingen.
De provincie Friesland en betrokken gemeenten zijn voorstander van verplaatsing van zoutwinning naar de Waddenzee. Ze zijn tegen nieuwe winning onder het vasteland, omdat daardoor de bodem daalt. Onder voorwaarde dat flora en fauna in de Waddenzee geen nadeel ondervinden wordt zoutwinning onder zee toegestaan. Hierdoor kan op termijn de zoutwinning op land fors afnemen.

Het duurt volgens Verhagen nog tien jaar voordat Frisia alleen nog maar zout wint onder de Waddenzee. In de tussentijd blijft winning van zout op land nodig voor het voortbestaan van de zoutfabriek van Frisia in Harlingen. Daarom verlengt minister Verhagen binnenkort de vergunning voor zoutwinning op land in het huidige winningsgebied ‘Barradeel 2’. Voorwaarde blijft een bodemdaling van maximaal dertig centimeter. Daarnaast beslist Verhagen later dit jaar over een vergunning voor zoutwinning in het gebied ten oosten van het huidige winningsgebied.”
Bron NOS en rijksoverheid

Kortom een nieuwe en enorme bedreiging voor de Waddenzee: een extra bodemdaling van mogelijk 30 cm! Niet alleen vindt er gaswinning en intensieve visserij plaats in ons meest ongerepte natuurgebied, de exploitatie van zout kan daar vanaf nu aan worden toegevoegd.

Bij een fikse stijging van de zeespiegel, dreigt de bodem onder de Waddenzee vandaan te worden getrokken. Terwijl dit een Werelderfgoed, waar wij over moeten waken!

Wij geven als land kennelijk liever de voorkeur aan het bestaan van een zoutfabriek boven het beschermen van een uniek en beschermd natuurgebied.

Waar is de pers, waar is de Friese milieufederatie en waar is de Waddenvereniging?

 

 

Kleine slakken overleven darmkanaal vogels (21-7-11)

Sommige slakken zijn in staat om te overleven nadat ze opgegeten door vogels.

Een Japanse vogelsoort op het eiland Hahajima, leeft van kleine gevonden landslakken. Onderzoekers hebben nu ontdekt dat 15% van de opgegeten slakken de spijsvertering overleeft. Ze werden levend gevonden in de uitwerpselen van de vogels.

Het is algemeen bekend dat vogels zaden verspreiden na het eten van de vruchten van de planten.

Uit de bevindingen van de onderzoekers van Japanse Universiteit van Tohoku blijkt nu dat ook ongewervelde dieren zich ook op deze manier kunnen verspreiden.

De belangrijkste factor waardoor de opgegeten slakken kunnen overleven is hun kleine formaat

De Japanse slak Mejiro is wijdverbreid in Japan en de meest voorkomende slak op Hahajima. Met een gemiddelde grootte van 2,5 mm verging het deze microslak veel beter dan de grotere soorten in eerdere studies. Dit onderzoek laat zien dat vogelpredatie een belangrijke en verrassende factor is in de manier waarop slakken zich verspreiden in nieuwe gebieden.

Hahajima ligt duizend km ten zuiden van Tokyo in de Bonin-eilanden archipel, bekend als de Ogasawara Group in Japan. De eilanden werden onlangs toegevoegd aan de UNESCO World Heritage List door de rijkdom van de hun ecosystemen die een brede waaier van evolutionaire processen reflecteren.

Bron: BBC

 

 

Korhoendergebolder verstomt

Het gaat ronduit slecht met de Nederlandse populatie van het korhoen. Een handjevol exemplaren probeert op de Sallandse Heuvelrug in Overijssel het hoofd boven water te houden, maar dat lukt elk jaar moeilijker. Het hoogtepunt van de boldertijd, de tijd dat de korhanen met meerdere mannetjes tegelijk op een vaste plek baltsen, zou nu plaats moeten vinden. Tot nu toe zijn er echter nog maar een paar korhanen waargenomen.

Jaarlijks wordt het aantal bolderende korhoenmannetjes op de Sallandse Heuvelrug door Staatsbosbeheer geteld. Tot 2009 werden er nog twaalf korhanen doorgegeven, dit jaar ziet er zeer dramatisch uit. Tot nu toe zijn er slechts enkele mannetjes waargenomen.

Het korhoen is zo groot als een flinke kip. Sinds 1996 komt er alleen nog op de Sallandse Heuvelrug een populatie korhoenders voor. Ter vergelijking: in 1976 werden er in heel Nederland 456 hanen geteld, verdeeld over meerdere populaties in de oostelijke helft van het land.
Het korhoen is in ons land de afgelopen eeuwen een echte cultuurvolger geweest. Deze van oorsprong bewoner van beekdalen en randen van open hoogveen, had in eerste instantie de wind mee toen veel bossen werden gekapt ten gunste van de landbouw. De opleving was van korte duur want door overbevolking, jacht en intensivering van de landbouw kelderden de aantallen in rap tempo vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. In de 20e eeuw namen de aantallen verder af.

Er wordt alles aan gedaan om het korhoen voor Nederland als broedvogel te behouden, maar zelfs de grootste optimisten zullen de dramatische achteruitgang met lede ogen aanschouwen. Nu de boldertijd op zijn hoogtepunt is, reizen veel mensen af naar Overijssel om met eigen ogen de laatste bolderende korhanen van ons land te zien.

Op de www.sovon.nl is te zien hoe dramatisch de achteruitgang is.
Bericht uitgegeven door SOVON Vogelonderzoek Nederland april 2011



Aantal tijgers in India flink gestegen

In India is het aantal tijgers de afgelopen 5 jaar flink gestegen. In 2007 werden er 1411 exemplaren geteld, anno 2011 zijn dat er zo’n 300 meer: 1706.
Indiase natuurbeschermers telden de tijgers met behulp van camera’s, die stonden opgesteld bij drinkplaatsen en met DNA-tests. Eerdere tellingen waren gebaseerd op het tellen van unieke voetafdrukken. Volgens experts is de laatste telling betrouwbaarder dan ooit.

Aan het begin van de vorige eeuw leefden er in het land nog zo’n 100.000 tijgers. Stropers en de achteruitgang van het leefgebied, dat veranderde in bouw- of akkerland zijn de belangrijkste oorzaken van de rappe afname. Dat het nu weer beter gaat met de tijgers in India is vooral te danken aan de nationale parken. India heeft de tijgers 39 leefgebieden met een totale oppervlakte van zo’n 45.000 vierkante kilometer toegewezen.

Of deze leefgebieden de dieren van de ondergang kunnen redden, is echter onduidelijk. Hoewel de tijgers het beter doen, is voorzichtigheid geboden. Zo staan op dit moment weer de doorgangen die de tijgers in staat stellen om zich tussen leefgebieden te bewegen, op de tocht. Daarnaast laten ook de stropers het er niet bij zitten. Er worden nog steeds veel tijgers gedood. Met name landen als China, Korea en Taiwan zijn dankbare afnemers van huid, botten en klauwen. De delen worden gebruikt in traditionele medicatie. Wereldwijd zijn er nog minder dan 3500 van deze bedreigde diersoort, waarvan de helft dus in India.
Bron: o.a. NOS

 


Zeearenden broeden weer in Lauwersmeer

De zeearenden zijn weer druk bezig met het bouwen van een nest in het Lauwersmeergebied. Vorig jaar hebben dezelfde vogels daar ook een nest gemaakt, inclusief een ei. Dit bleek niet bevrucht te zijn, hoogstwaarschijnlijk doordat een van de zeearenden nog niet geslachtsrijp was.

Terreinbeheerder Staatsbosbeheer doet er alles aan om het vogelpaar voldoende rust te gunnen. Een groot deel van het natuurgebied rondom het nest is afgesloten voor publiek. Mensen die het nest toch willen zien, kunnen het vanaf de uitzichtbult van het Zomerhuisbos redelijk goed zien. Mits het helder weer is en je een goede telescoop hebt.

Het eerste Nederlandse broedgeval sinds eeuwen was vijf jaar geleden in de Oostvaardersplassen. Lange tijd werd niet voor mogelijk gehouden dat de zeearend in een dichtbevolkt gebied als Nederland zou broeden. De zeearend breidt echter de laatste jaren zijn broedgebied vanuit Duitsland, Polen en Zweden in westelijke richting uit. Dit jaar doen ze, naast het Lauwersmeer, ook een poging in de Oostvaardersplassen en in het Zwarte Meer, een natuurgebied van Natuurmonumenten.

De zeearend is de grootste arend van Europa, met een spanwijdte tot wel twee en een halve meter. Hij leeft van vogels, vis en aas en leeft bij voorkeur in een uitgestrekt, waterrijk gebied, zoals bijvoorbeeld het Lauwersmeer.

Bron: Staatsbosbeheer
De enorme zeearend scherend over het water (foto: natuurgek.nl)


Zeldzame Amsterdam-albatros blijkt unieke soort

De discussie duurde 20 jaar maar na een genetische analyse blijkt nu de Amsterdam-albatros een unieke soort onder de reuzenalbatrossen. Canadese onderzoekers hebben aangetoond dat het DNA van de vogels sterk afwijkt van hun naaste levende verwanten.  
De albatros werd voor het eerst ontdekt in 1983
en broedt op het eiland Amsterdam, waar ze ook naar zijn vernoemd. Dit Amsterdam ligt voor de kust van het Indonesische Irian Jaya in de Grote Oceaan.

Amsterdam-albatrossen zijn zeer grote zeevogels die 8 kg zwaar kunnen worden en een vleugelspanwijdte kunnen hebben van 3,5 meter. Ondanks hun grote spanwijdte en het vermogen om lange afstanden te vliegen, keert de Amsterdam-albatros altijd terug naar hetzelfde broedgebied op een plateau van het eiland. Zij delen deze broedplaats niet met andere reuzenalbatrossen en onderzoekers suggereren dat deze geografische isolatie ertoe geleid heeft dat de vogels zich ontwikkelden tot een aparte soort.
Men dacht lange tijd dat de vogel een ondersoort was van de Wandering-albatros (diomedea exulans), die ook leeft in de Zuidelijke Oceaan
Uit de jongste analyse blijkt echter dat Amsterdam-albatrossen ongeveer 265.000 jaar geleden gescheiden moeten zijn van hun neven.
Wetenschappers hopen dat nu de vogels worden erkend als een unieke soort, de inspanningen voor het behoud van hen zullen toenemen. De gehele vogelpopulatie bestaat namelijk slechts uit 170 vogels en is dus kwetsbaar Naar schatting broeden elk jaar 18-26 paren in een klein gebied in het midden van het eiland. Natuurbeschermers zeggen dat de soort in haar voortbestaan ​​wordt bedreigd door verstrikking in visnetten en nestverstoring door huisdieren.
Bron: BBC

 

 

Vreemd gaan loont bij pimpelmezen
Vogels zijn vaak sociaal monogaam, in de zin dat een mannetje en een vrouwtje samen de jongen grootbrengen. Buitenechtelijke jongen komen echter bij bijna alle vogelsoorten voor.

Zo zijn ook pimpelmezen notoire vreemdgangers. Uit onderzoek van bioloog Oscar Vedder aan de RUG blijkt bovendien dat de buitenechtelijke nakomelingen een grotere overlevingskans hebben..
Vedders voornaamste bevinding is dat de buitenechtelijke jongen voornamelijk in de eerstgelegde eieren voorkomen. Pimpelmezen leggen gedurende 11-12 dagen elke dag een ei en de eerste eieren zijn dus ook eerder uitgebroed. Uit DNA-vergelijking blijkt het dan vaak om jongen te gaan die niet van de ‘sociale partner’ van het mezenvrouwtje zijn. Deze jongen hebben, met gemiddeld 9 uur voorsprong, meer kans om te overleven.
Dat mezenvrouwtjes zo overspelig zijn, is volgens Vedder vooral om de kans op bevruchting zo groot mogelijk te maken. Zo hebben ze bijvoorbeeld minder behoefte aan een slippertje als ze al genoeg eieren hebben gelegd. Wel blijken de vrouwtjes zo’n drang te hebben om eieren te leggen, dat ze er ook wel eens een paar in het nest van de buurvrouw deponeren. Dit broedselparasitisme was bij pimpelmezen nog niet eerder beschreven.
De veronderstelling dat de kleurintensiteit van het paarsblauwe petje van de mannetjesmees een indicatie is van zijn genetische kwaliteit, is volgens Vedder ook niet juist. Weliswaar worden de blauwe kopveren - voor de mezen zichtbaar in het UV-spectrum - ingezet bij conflicten tussen mannetjes, maar alleen als er weinig op het spel staat. Een mooi petje garandeert de pimpelmees dus geen succes bij de vrouwtjes.
Oscar Vedder promoveert aanstaande vrijdag 18 maart 2011 aan de Rijksuniversiteit Groningen. Inmiddels is hij werkzaam op The Edward Grey Institute of Field Ornithology van de University of Oxford, waar hij onderzoek doet naar aanpassingen aan temperatuursveranderingen in pimpelmezen.
Bron: persbericht Rug



Nestvlot voor visdieven in de Lettelberter Petten
Het Groninger Landschap heeft op dinsdag 8 maart een nestvlot geplaatst in de plas bij de Lettelberter Petten. Het nestvlot is bedoeld als broedplek voor visdieven en kan ongeveer tussen de 10 en15 broedparen herbergen. Het drijvende vlot is bedekt met schelpen en vormt een mooie open en kale broedplaats. Het is voor de visdieven een veilige broedlocatie op het water die bovendien goed te zien is vanuit de vogelkijkhut in het natuurgebied.

Er zijn in Nederland ongeveer 20.000 paar visdieven en de vogel staat op de Nederlandse rode lijst van bedreigde en kwetsbare broedvogels. De Visdief is een soort slanke meeuw met een zwart petje en diep gevorkte staart. De snavel is oranjerood met zwarte punt en zijn poten rood. De bovenvleugel en rug zijn grijs. Visdieven zijn nu nog in Afrika en keren eind april terug naar Nederland.

Visdieven broeden meest in kolonies in de kustgebieden en in visrijke wateren in het binnenland.

Bij voorkeur broeden ze op eilandjes en andere voor plekken die voor roofdieren moeilijk te bereiken zijn met een vrijwel kale bodem, zoals ook op een aantal kiezeldaken in de stad Groningen.

Bron: Het Groninger Landschap

De mooie visdief in een karakteristieke houding op een paaltje

 

 

Hoop voor de tijger

De internationale top over de wilde tijger, die in Sint-Petersburg werd gehouden, heeft een hoopvol akkoord opgeleverd. De dertien landen, die hieraan deelnamen hebben afgesproken te streven naar een verdubbeling van het aantal tijgers in 2022. Er zijn er nu nog maar zo'n 3500, terwijl er aan het begin van de vorige eeuw er nog 100.000 van deze mooie roofdieren rondliepen. Ondanks zware beschermmaatregelen is ook de laatste 10 jaar de tijgerstand achteruitgegaan. Met maar liefst 40%.

Afgesproken is onder meer dat er in het grensgebied van Rusland en China een veiligheidszone komt waar onderzocht wordt hoe de tijger het best kan worden beschermd. Verder worden, met hulp van de plaatselijke bevolking, stropers en de handel in tijgervellen aangepakt.

Er bestaan 6 verschillende soorten tijgers. Dit waren er ooit negen. Inmiddels zijn er al drie uitgestorven. Tijgers komen nog maar in dertien landen voor; dat waren er 25.

Diverse instanties hebben geld toegezegd om de tijger te redden. Zo heeft de Wereldbank 50 miljoen euro toegezegd aan het project. Het geld is bestemd om de jacht op tijgers tegen te gaan, de leefomgeving te beschermen en mensen bewuster te maken van het uitsterven van het dier. 

Bron: NOS en BBC

 

 

Nieuwe insecten ontdekt op Socotra

Vier Nederlandse biologen hebben een aantal nieuwe insectensoorten ontdekt op het bijzondere eiland Socotra. Libellen en vliegenspecialist Robert Ketelaar, vlinderman Jaap Bouwman,  loopkeverkenner Ron Felix en zijn zoon en sprinkhaanfanaat Rob Felix deden hun ontdekkingen tijdens een expeditie op het Jemenitische eiland in de golf van Aden.

Het gaat hierbij om een krekelsoort, een sprinkhaan en een paar kleinere loopkevers. Voorlopig hebben de nieuwe soorten nog geen officiële naam. De krekel wordt door hun ontdekkers vooralsnog de grottenkrekel genoemd: Een slechtziend, flets gekleurd beestje van 1,5 centimeter dat met 7 centimeter lange tastsprieten de kleinste temperatuurstijging of luchtverplaatsing detecteert en daarmee elke vijand.  „Deze ontdekking geeft nog maar eens aan hoe bijzonder het leven is op dit eiland”, aldus de biologen.

Het eiland Socotra, het grootste eiland van de gelijknamige archipel, is een juweel van biodiversiteit. Zeker een derde van de ongeveer 800 voorkomende dieren en planten op het eiland is endemisch en komt nergens anders ter wereld voor. Het eiland is 30 miljoen jaar geleden losgekomen van de rest van de wereld en heeft een uniciteit die vergelijkbaar is met die van de Galápagos-eilanden. Het wordt wel beschreven als het meest buitenaardse plekje op onze wereld. Mede daardoor staat het ook op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.
Tot op heden is er nog relatief weinig onderzoek gedaan. Daarom worden de ontdekkingen van de Nederlandse biologen uitgebreid beschreven, wetenschappelijk gepubliceerd en ook de Jemenitische overheid wordt op de hoogte gesteld. Want vrijblijvend is de jongensdroom niet. „Uiteindelijk gaat het om bescherming. Socotra is uniek. Daar moet de wereld heel voorzichtig mee zijn.”

Bron: ANP en Trouw

 

 

Fluorescerende watervlooien in Garmerwolde
Het waterschap Noorderzijlvest heeft te maken met een bijzonder verschijnsel. Bij een experiment op de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Garmerwolde zijn watervlooien fluorescerend geworden.
De watervlooien worden gebruikt om slib te zuiveren. Normaal gesproken zijn de diertjes transparant, maar in Garmerwolde hebben sommigen de kleur van een felle, neonkleurige markeerstift aangenomen.
Het waterschap Noorderzijlvest doet onderzoek naar de inzet van watervlooien bij het opruimen van slib dat achterblijft na het zuiveringsproces, de nazuivering. Het experiment waarbij David van de Elst en Melissa van Hoorn betrokken zijn, loopt sinds begin dit jaar. In de eerste maand van het onderzoek werden deze bijzondere vlooien aangetroffen.  Het is nog onduidelijk waardoor een deel van de watervlooien anders van kleur is.. Het waterschap gaat uitzoeken hoe dit verschijnsel is ontstaan. De kans zou klein zijn dat de verkleuring te maken heeft met de samenstelling van het slib.
Bron: Waterschap Noorderzijlvest


De slib opruimende en oplichtende watervlooien

 

 

Wasbeerhonden in Friesland

Er bestaat een grote kans dat er in Friesland een kolonie wasbeerhonden leeft. Wasbeerhonden zijn een soort wilde honden die erg op wasberen lijken.

Natuurwaarnemers hebben al 23 keer dit dier waargenomen en kortgeleden is voor de derde maal een dode wasbeerhond gevonden in Vegelinsoord, een klein plaatsje tussen Joure en Heerenveen. Dit, waarschijnlijk jonge dier, kwam om in een maiskneuzer, waarmee mais geoogst wordt.

Volgens de Zoogdiervereniging, die dit afgelopen zaterdag meldde, is een andere sterke aanwijzing voor een groep wasbeerhonden in Friesland het feit dat dit jaar rond Vegelinsoord veel nesten met kievitseieren zijn leeggeroofd. Onderzoek wees uit dat een vos niet de schuldige was en dat de sporen heel goed bij een wasbeerhond pasten.
De wasbeerhond leeft oorspronkelijk in Azië en wordt in Oost-Europa gehouden voor het maken van bontjassen. Hun vachten zijn heel populair als bontrand van winterjacks. Zestig jaar geleden zijn in Rusland dieren losgelaten in de natuur voor jagers. Die hebben zich zo snel vermenigvuldigd, dat het dier inmiddels overal in Europa te vinden is. In Duitsland werden bijvoorbeeld in 2006 al 30.000 wasbeerhonden afgeschoten volgens de Zoogdiervereniging, die vreest dat het dier zich ook in Nederland zal verspreiden. Dat zou kunnen betekenen dat ze andere Nederlandse dieren zouden verdrijven.
Bron: Leeuwarder Courant en de website  www.
natuurbericht.nl 

 

 

Promotieonderzoek: Grauwe kiekendief blijkt honkvast

Uit onderzoek waarop biologe Christiane Trierweiler komende week promoveert aan de RUG blijkt dat de zeldzame grauwe kiekendief op een aantal vaste plekken broedt en overwintert.
Dat maakt het eenvoudiger om deze soort te beschermen, want het belangrijkste is daarvoor het behoud van zijn traditionele leefgebieden.

Het leven van de kiekendief kent vele gevaren: Groningse maaimachines die hun nesten vernielen, Afrikaanse pesticiden in hun voedsel, en lange vliegreizen over water en woestijn. Toch is het aantal broedparen in Groningen sinds 1987 toegenomen van twee tot maar liefst vijftig.
De grauwe kiekendief broedt onder meer in ruige velden in het Groningse Oldambt. In het najaar vertrekt de roofvogel en vliegt hij naar Afrika om op vaste plekken te overwinteren.
De vogel kan worden beschermd door te zorgen dat  nesten niet in de maaimachines terecht komen, dat meer biologische verdelgingsmiddelen gebruikt worden, zodat de kiekendief niet overlijdt aan de giftige pesticiden in hun prooidieren en dat de overwinteringgebieden blijven bestaan.

 

 

Bijna 1,5 miljoen euro voor akkervogelproject in Groningen

Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft het projectvoorstel van de Agrarische Natuurvereniging Oost-Groningen uitgekozen uit ruim twintig landelijke voorstellen om verder uit te werken tot een pilot.
In totaal wil het ministerie met vier pilots ervaringen opdoen met het anders besteden van Europese landbouwgelden (ook wel GLB-geld genoemd). De vier uitgekozen pilots moeten Brussel duidelijk maken dat een collectieve aanpak van Natuur- en Landschapsbeheer in het Nederlandse boerenland goed uit kan pakken. Het ministerie stelt in totaal 3,2 miljoen euro beschikbaar.
Dankzij een succesvolle samenwerking tussen de provincie Groningen, BoerenNatuur (ANOG, Wierde & Dijk en Ons Belang), Landschapsbeheer Groningen en de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief is bijna 1,5 miljoen euro hiervan bedoeld voor het Groninger akkervogelproject.

In het voorstel ligt het accent vooral op akkervogelbeheer. Er zal ondermeer geëxperimenteerd worden met wintervoedsel voor akkervogels in de vorm van gewasstoppels en met andere gewassen zoals karwij, luzerne. Het is nadrukkelijk de bedoeling om verder te kijken dan nu gangbaar is en ervoor te zorgen dat uiteindelijk de biodiversiteit in het landelijk gebied zal herstellen. Nieuw is dat er ook speciale aandacht zal zijn voor het behoud van het oorspronkelijke landschap.

 


Hoe verging het de amfibien in 2009

Het RAVON-Meetnet Amfibieën volgt sinds 1997 met vrijwilligers alle 16 amfibiesoorten door heel Nederland. De cijfers over 2009 zijn recentelijk bekend gemaakt.

De algemene trend is, dat het goed gaat met de algemene amfibiesoorten in Nederland. De waterkwaliteit neemt toe en het beheer van water en oeverzones is amfibievriendelijker geworden.

De boomkikker. Deze is in 2009 aanzienlijk minder vaak waargenomen. Dat kan komen omdat het jaar 2009 een relatief droog jaar was. Diverse voortplantingswateren waren opgedroogd. Ondanks deze flinke dip, is de boordeling over de gehele periode (1997-2009) nog steeds een ‘sterke toename’. Of deze terugval een momentopname is, zal volgend jaar moeten blijken. Een telefonische rondgang langs enkele vrijwilligers leverde op dat ze in 2010 meer boomkikkers hebben gehoord dan in 2009.

Zowel de groene kikkers als de bruine kikker doen het goed en laten een matige toename zien of zijn stabiel. De heikikker laat ook een stabiel voorkomen zien. De soort is in 2009 zelfs iets meer waargenomen dan in 2008.
De kleine watersalamander heeft voor het eerst een ‘matige toename’ gekregen als beoordeling. Het is de meest waargenomen watersalamander en hij wordt binnen het Meetnet gevolgd in 1.012 wateren.

De kamsalamander en de Alpenwatersalamander laten een matige toename zien. Over de vinpootsalamander en vuursalamander kunnen geen betrouwbare uitspraken worden gedaan.
De gewone pad heeft een nieuwe beoordeling gekregen: een stabiel voorkomen. De soort wordt gevolgd in 1.039 wateren en is in 2009 iets vaker waargenomen dan in 2008. De rugstreeppad blijft zijn neerwaartse koers voortzetten met een matige afname. De reden voor deze trend is vooralsnog onduidelijk. Positief is, dat in de duinen deze paddensoort een stabiel voorkomen laat zien.

De geelbuikvuurpad zet daarentegen zijn opmars voort. Op de vijf plekken waar deze soort van nature voorkomt, zijn de populaties verder gegroeid en heeft de soort als beoordeling een ‘sterke toename’. Deze pad heeft enkele goede voortplantingsjaren gehad, waardoor de populatieomvang blijft stijgen. De ingeslagen weg, het aanleggen van basisbiotopen, lijkt vruchten af te werpen.

De vroedmeesterpad heeft een stabiel voorkomen. Tegen de verwachting in is 2009 geen slecht vroedmeesterpaddenjaar geweest. Ondanks de warme zomer zijn er aanzienlijk meer larven (1956) in poelen aangetroffen dan het jaar ervoor (maar 648).

Wil je live naar amfibieën kijken in een tuinvijver klik dan hier.

Bewerkt bericht van Stichting RAVON



Voortplantende brulkikkers in Nederland (oktober 2011)

Voor het eerst sinds twintig jaar zijn er weer voortplantende Amerikaanse brulkikkers

in Nederland aangetroffen.  Na het importverbod eind tachtiger jaren leek de soort verdwenen uit Nederland. In twee vijvers in de omgeving van Baarlo (Noord-Limburg) zijn eind september zowel volwassen exemplaren als kikkervissen aangetroffen. Deze soort heeft zijn naam te danken aan het feit dat zijn kwaken doet denken en het brullen van een stier. Maar beruchter is het om een andere reden.

Het aantreffen van de Amerikaanse brulkikker in ons land is namelijk reden tot grote zorg. De kikker is een uitheemse soort die zich door snelle voortplanting sterk kan uitbreiden en inheemse amfibieën opeet en wegconcurreert. Daarnaast is hij vaak drager van een schimmelziekte (chytridiomycose), die wereldwijd al tot het uitsterven van meerdere amfibieënsoorten heeft geleid. Deze schimmelziekte is voor mensen en huisdieren overigens ongevaarlijk en treft alleen amfibieën. De brulkikker behoort tot 'de 10 gevaarlijkste exotische amfibieën ter wereld’ en snel ingrijpen is dan ook noodzakelijk om te voorkomen dat de kikker zich verder verspreidt en grote schade aanricht aan onze inheemse amfibieën.

De brulkikkers in Baarlo zijn waarschijnlijk de nakomelingen van brulkikkers die nog tot

begin jaren negentig verkocht werden als vijverdieren. Na de eerste melding heeft meteen overleg plaatsgevonden met het Team Invasieve Exoten (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), de provincie Limburg, de gemeente Peel en Maas, het waterschap Peel en Maasvallei, het Limburgs Landschap en RAVON. Dit overleg heeft tot een aantal vervolgstappen geleid. De eerste stap is een inventarisatie van tuinvijvers, poelen en beken in Baarlo en omgeving, om te achterhalen waar de Amerikaanse brulkikker zich nog meer bevindt. RAVON voert deze inventarisatie in de komende weken uit.

Op de website van RAVON (www.ravon.nl ) staat meer informatie over de herkenning van de soort. Als de precieze omvang van het probleem duidelijk is, worden de vervolgstappen bepaald.

Bewerkte tekst van Tamira Hankman, RAVON



Helofytenfilters in de floresvijver in Groningen (28 september 2010)

Afgelopen maandag 27 september zijn er twee helofytenfilters geplaatst midden in de floresvijver in de stad Groningen. Het zijn bijzondere drijvende filters van twee bij twee meter (zie foto).
Helofytenfilters zijn bedoeld om het water te zuiveren en bestaan normaal gesproken uit een soort rietvelden, waar het vervuilde water doorheen stroomt. Het riet neemt de vervuilende stoffen op en wanneer het water eruit stroomt is het grotendeels schoon.

De filters, die in de floresvijver zijn geplaatst bestaan uit drijvende bakken gevuld met moerasplanten. Ook in deze tillen staat veel riet. Een klein pompje in de bakken zorgt voor de doorstroming van het water. Deze twee filterbakken moeten op deze manier het water schoner maken in deze vijver in de korrewegwijk.

De waterkwaliteit van de floresvijver is momenteel niet optimaal. Door de overstort van het riool komen er (te) veel voedingsstoffen in het water. Er zit wel leven in het water (vissen), maar de kwaliteit kan veel beter.

Waterschap Noorderzijlvest en de gemeente Groningen gaan de komende drie jaar kijken of de waterkwaliteit door deze filters ook daadwerkelijk verbetert. Hiervoor zal het water voor een periode van drie jaar maandelijks onderzocht worden.

Leverancier van de bijzondere filters is het bedrijf Brightwater Company.

Ga voor meer informatie naar hun website www.brightwatercompany.nl

Op woensdag 6 oktober om 11.00 uur zal het helofytenfilter officieel worden geopend door wethouder Jannie Visscher en waterschapbestuurderster Carla Alma.

Dan zullen ook de doeken worden weggehaald die nu nog de tekst op de filters afdekken.

Of de proef nu slaagt of niet, de stad wordt er in ieder geval weer wat groener van.

 


Doorzichtige kikker gevonden in Drenthe
Volgens het Dagblad van het Noorden is er in het Drentse hoogveengebied Het Bargerveen een doorzichtige kikker gevonden. Op welke plaats precies, wanneer en door wie werd door de krant niet vermeld. Het zou volgens dit medium gaan om een normale bruine kikker. Zijn doorzichtigheid dankt het aan een genetische afwijking in de pigmentatie.

Bij de aangetroffen amfibie waren de rug en de ogen pikzwart, maar de onderkant en poten bleken doorzichtig te zijn.  Deze eigenaardigheid is weliswaar algemeen bekend onder amfibiekenners, maar wordt zelden aangetroffen in de natuur.



Muskuseenden gedumpt aan het Hoornse Diep

Afgelopen weekeinde zijn aan de Hoornse Dijk 23 muskuseenden achtergelaten.

De tamme vogels zijn overwegend geleewiekt en kunnen dus niet vliegen.
De eigenaar van de dieren had kennelijk geen trek meer in de verzorging van deze eendensoort en heeft ze gedumpt aan het Hoornse Diep.
Het is een algemeen verschijnsel aan het worden dat mensen met exotische (huis)dieren op het moment dat ze de dieren zat zijn, deze gewoon loslaten in de natuur. Of dit nu slangen zijn, honden of vogels. Vaak levert dit grote gevaren op voor zowel de dieren zelf als voor de natuur. De dieren zijn lang afhankelijk geweest van verzorging en kunnen vaak nauwelijks voor zichzelf zorgen, waardoor ze langzaam verhongeren. Die dieren die wel overleven kunnen op hun beurt weer een bedreiging vormen van de inheemse dieren. Een voorbeeld van die laatste groep zijn de verwilderde katten en hun invloed op de achteruitgang van weidevogels.


Proef met zuiverend kroos in Eelde (25 augustus 2010)

Samen met de Radboud Universiteit Nijmegen, de Universiteit van Wageningen en het advies- en ingenieursbureau Tauw is het waterschap Noorderzijlvest gestart met een onderzoek naar het nazuiveren van afvalwater met kroosplantjes.

Grote voordelen van krooszuivering ten opzichte van conventionele technieken zou zijn, dat krooszuivering veel goedkoper is, energie oplevert en het broeikasgas kooldioxide vastlegt.

De huidige, conventionele technieken kosten vaak veel fossiele energie en zijn duur.

Door kroos te kweken op afvalwater, kan afvalwater een nuttige bron worden. Kroos neemt de meststoffen stikstof en fosfaat op uit het water en produceert zo eiwitten, biomassa en schoon water.

Uit dit onderzoek moet blijken of het gekweekte kroos ook geschikt is als veevoer. Kroos kan veel stoffen makkelijk uit het water opnemen, waaronder ook bepaalde verontreinigingen. Daarnaast kijken de onderzoekers hoe kroos ingezet kan worden als bijvoorbeeld biobrandstof of groenbemester.

Op dit moment zijn de veld- en laboratoriumexperimenten in volle gang bij de zuiveringsinstallatie bij Eelde. In het najaar zullen de eerste resultaten gepubliceerd worden.

Het is voor het eerst dat deze innovatieve methode van het nazuiveren van afvalwater in Nederland wordt toegepast. Bron: waterschap Noorderzijlvest


Zeldzaam plantje Slijkgroen bij het Lauwersmeer

Na de vondst van de Bijenorchis deze zomer door een oplettende IVN-er, hebben leden van werkgroep Skalsumer Natuurbeheer in het land van boer Hessel Agema bij Kollumerpomp vorige week wederom een bijzonder plantje aangetroffen bij het Lauwersmeer: Slijkgroen

Slijkgroen is een klein en onogelijk plantje, maar zeer zeldzaam in Nederland.
De bekende Wageningse botanicus Eddy Weeda is zelfs speciaal naar de plek aan de rand van het Lauwersmeer gereisd om het kleine plantje met eigen ogen te bekijken.

Op Schiermonnikoog en Ameland was het ooit al eens gesignaleerd. Nu groeit het zeldzame plantje slijkgroen voor het eerst ook op het Friese vasteland. Op twee plekken in het Lauwersmeer.
‘Heel bijzonder’, noemt Eddy Weeda de vondst.’Slijkgroen groeit vaak aan de rand van rivieren en wordt in Nederland noordelijk van het Vechtdal zelden aangetroffen. Het plantje is twee tot vijf centimeter groot en heeft roze/witte bloemen. ‘Fantastisch dat het nu ook op Friese vaste wal groeit. Dat is in elk geval sinds 1760 niet meer gebeurd’, aldus de Wageningse onderzoeker.

 

 

Drie jonge ottertjes gevonden in Friesland

Drie babyottertjes zijn vorige week afzonderlijk van elkaar bij het Friese plaatsje Langelille gevonden.

De ongeveer acht weken oude zusjes Liesje en Aukje en het broertje Arjen zijn ondertussen weer herenigd en verblijven in Leeuwarden in het huis van otterkenner Addy de Jongh van de stichting Vrienden van de Otter.
Vorige week maandag werd de eerste otter gevonden. In de loop van de week volgden de anderen. Volgens De Jongh is het zeer waarschijnlijk dat de moeder van de ottertjes is overreden. „Normaal blijven jonge otters dan waar ze zijn. Deze zijn gewoon op pad gegaan.”

De otters hebben volgens De Jongh allemaal een eigen karakter. Zo was ottertje Arjen op weg naar een rottweiler die een boerenerf aan het bewaken was. „Die rottweiler was gewend dat dieren juist bij hem weglopen.” Boer Arjen van de boerderij, naar wie ook de otter is vernoemd, bracht zijn naamgenoot in veiligheid.

De Jongh houdt de otters nog in ieder geval drie maanden thuis; daarna gaan ze naar een buitenverblijf. De otterkenner zal zich wel met de beestjes vermaken. „Ze zijn al zindelijk”, zegt hij opgelucht. Af en toe maken ze een 'uhmuhmuhmuhm'-geluidje, dan hebben ze het heel erg naar hun zin.

 

 

Nieuwe bedreiging voor de Waddenzee

Na de gaswinning lijkt nu ook de zoutwinning een grote bedreiging te gaan vormen voor de Waddenzee. Het bedrijf Frisia Zout wil namelijk zout gaan winnen onder dit beschermde natuurgebied.

Hiervoor heeft de zoutfabriek inmiddels de nodige vergunningen bij het ministerie van Economische Zaken aangevraagd en de Gedeputeerde Staten van Friesland. Dat heeft een woordvoerder van Frisia afgelopen donderdag 26 augustus verklaard.

Frisia Zout B.V. wint sinds 1996 steenzout in de buurt van Harlingen. Dit steenzout zit 2500 tot 3000 meter diep en wordt gewonnen door water onder hoge druk te injecteren. Het zoutgesteente lost in het water op waardoor pekel ontstaat. Deze pekel wordt vervolgens opgepompt en het zout wordt ingedampt. In de ondergrondse zoutlagen ontstaan holruimtes, cavernes genaamd, waarboven bodemdaling plaatsvindt. Dit kan oplopen tot enkele centimeters per jaar.

Deze bodemdaling wordt in kaart gebracht door de overheidsorganisatie Staatstoezicht op de Mijnen.

TNO, het gerenommeerde instituut voor onderzoek en advies, is negatief over de zoutwinning. In een onderzoeksrapport uit 2008 geeft TNO aan dat zoutwinning binnen de huidige wettelijke en wetenschappelijke uitgangspunten niet economisch rendabel is zonder schade aan het milieu te veroorzaken.

Het College van GS in Friesland gaat ondanks dit negative advies toch met Frisia Zout in gesprek over de mogelijkheden zoutwinning onder het Wad te realiseren. 

De zoutfabriek boort momenteel zout uit een gebied in Noordwest-Friesland. De zoutwinning daar is niet oneindig, dus moet Frisia in de toekomst nieuwe wingebieden hebben.

Frisia wil vanaf 2013 vanaf de wal in de Waddenzee boren. Twee derde van de zoutwinning moet daar in eerste instantie vandaan komen. Een derde zou onder land ten oosten van de huidige boorplaats worden gewonnen. Uiteindelijk wil Frisia al haar zout onder de Waddenzee winnen.


 

Friese laagveenadders in opmars

De resultaten van het Meetnet Reptielen over het jaar 2009 zijn bekend geworden. Hieruit blijkt dat onze drie inheemse slangensoorten minder vaak werden waargenomen dan in voorgaande jaren. Een uitzondering geldt voor de adders in Friesland.

In het zuidwesten van Friesland leven al jarenlang enige laagveenadders die slechts sporadisch werden gezien. Maar in 2009 zijn er meerdere keren veel adders waargenomen in het laagveen. Alles wijst erop dat deze populatie weer uit het dal omhoog kruipt.

De adder kende landelijk gezien een wat minder goed jaar in 2009. De aantallen waren eigenlijk overal lager dan in de voorbije jaren. Toch zijn er lokaal flinke aantallen waargenomen met als uitschieter de 33 exemplaren die werden waargenomen op het Dwingelderveld.

Zorgwekkend is wel dat steeds meer terreinbeheerders klagen over de toenemende aantallen ‘natuurfotografen’ die de bekende addervindplaatsen opzoeken voor een fotobezoekje. Op enkele plekken hebben de adders hun vaste voorjaarszonplekken al verlaten.

In 2009 zorgde het opduiken van de gladde slang (Coronella austriaca) voor blije gezichten. Deze onopvallende slang werd onder andere gezien in het Friese Duurswouderheide (Fr) en het Drentse Esmeer, Bargerveen en Bunnerveen (D). Hoewel de gladde slang afgelopen jaar op veel nieuwe plekken opdook waren de aantallen die gezien zijn op de trajecten aan de lage kant. De hoogste aantallen kwamen uit de kerngebieden de Peel en de Veluwe. In Drenthe werden ze vooral in het Bargerveen gezien.

Ringslangen (Natrix natrix) zitten in de Randstad. Op bekende vindplaatsen als de Diemerzeedijk en de noordelijke IJmeeroevers werden veel slangen waargenomen. In de Noordoostpolder werden ook weer veel slangen gespot in het Kuinderbos.

De opportunistische ringslang kan snel anticiperen op beschermingsmaatregelen. In de Oostelijke Mijnstreek in Zuid-Limburg is het gelukt om door de aanleg van broeihopen, in een gebied dat rijk is aan poelen en amfibieën, ringslangen van de andere kant van de grens naar Nederland te lokken waardoor er hier sprake is van een echte grensoverschrijdende populatie.

Voor het algemene verspreidingsbeeld van de inheemse slangen, zie de RAVON website: www.ravon.nl.

 

 

Grutto Project afgerond

Aan het eind van het huidige broedseizoen is de balans opgemaakt van een jaar onderzoek met vijftien grutto’s, veertien vrouwtjes en één mannetje, die in mei 2009 een zender in de buik kregen.
Op deze manier konden de vogels bijna van dag tot dag worden gevolgd op hun trek tussen West-Afrika en Nederland.

Eén vogel werd kort na het zenderen bij haar nest verrast door een rover. De overige veertien vertrokken in de loop van de zomer naar het zuiden.
Een belangrijke vraag in het onderzoek was: Trekken de vogels in één ruk naar de overwinteringgebieden of maken ze tussenstops? Slechts drie vogels bleken in één ruk naar Afrika te vliegen. Zoiets blijft wel een uitzonderlijke prestatie: in ruim drie dagen meer dan 5.000 km non-stop vliegen met een gemiddelde snelheid van 70 km/u.’

Een nog grotere verrassing was dat tenminste drie andere vogels permanent in Zuid-Europa zijn gebleven. Zuid-Spanje en het zuiden van Portugal zouden wel eens belangrijker overwinteringgebieden voor de grutto kunnen zijn dan tot nu toe werd aangenomen.

De vogels die wel naar West-Afrika zijn doorgevlogen, bleken zich daar heel reislustig te gedragen. Van de grens tussen Mauretanië en Senegal in het noorden tot in het zuiden van Guinee Bissau, van de kust tot diep in de binnendelta van de rivier de Niger in het oosten, overal doken Friese grutto’s op. Blijkbaar weten ze waar en wanneer het beste voedsel te halen is.

Ook op de terugweg blijkt Europa een belangrijke rol te spelen in de trek. Met name de rijstvelden rond Lissabon en in de Spaanse Extremadura zijn van groot belang. Eén vogel bleef op de weg terug naar Friesland voor langere tijd in de Camargue, in Zuid-Frankrijk. Uiteindelijk zijn tien vogels met zekerheid teruggekeerd naar Friesland. Eén stierf in Mali in een visfuik en drie anderen waren dit voorjaar onvindbaar, zowel voor het oog als door zenderuitval ook voor de satelliet.

Het slot van het onderzoek leverde een teleurstelling op: Waarschijnlijk heeft geen van de gezenderde vogels met zekerheid succesvol gebroed. Van slechts één van de vogels werd een nest gevonden met twee misvormde eieren. De conclusie is dat de zenders in de buikholte een obstakel vormden voor de normale eileg.
Daar staat tegenover de opbrengst van dit project: Een enorme hoeveelheid kennis en publiciteit waar gruttobeschermers veel mee kunnen. Naast herstel van de broedgebieden in Nederland zullen bijvoorbeeld ook de rijstvelden in Zuid-Europa beter moeten worden beschermd ten behoeve van de grutto’s.



Vreemd wormpje oorzaak zwemmersjeuk in de Hoornseplas

De larve van een wormsoort die bij eenden voorkomt, Trichobilharzia, kan een allergische reactie veroorzaken bij de mens. Het klinkt bizar maar het wormpje kan een klein stukje de menselijke huid binnen dringen en zorgt daar voor rode vlekjes en jeukende bultjes op de armen of benen: de zogenaamde zwemmersjeuk.

Gisteren, dinsdag 29 juni, is naar aanleiding van aanhoudende klachten vastgesteld dat dit fenomeen heeft plaatsgevonden bij de Hoornseplas in Groningen. Daarom heeft de Provincie Groningen in overleg met de GGD een negatief zwemadvies afgekondigd.

Voor wie meer wil weten over deze vreemde beestjes:
Trichobilharzia, zijn wormen die in de bloedvaten van verschillende eenden – en ganzensoorten leven. De wormpjes bij de vogels leggen eitjes die in het water terecht komen. Hieruit groeit een larve (miracidium), die op zoek gaat naar een tussengastheer, vaak een slak. De larve besmet de slak en maakt in de slak een verandering door. Er ontstaat een nieuw soort larfje (een cercarie).
Deze cercariën zijn larven met een gevorkt staartje, die op hun beurt op zoek gaan naar watervogels. Daarbij dringen ze de huid van de watervogels binnen en komen zo in het bloedvatenstelsel van de vogel terecht en daar begint de hele cyclus weer van voren af aan.

De cercariën die normaal gesproken de watervogels besmetten, kunnen ook per ongeluk de menselijke huid binnendringen. Bij de mens blijven ze dan in de huid steken, ze kunnen niet verder naar de bloedvaten. Dit veroorzaakt een allergische reactie.
Wanneer een mens besmet wordt met Trichobilharzia treedt na 10 tot 30 minuten jeuk op, die meestal snel weer overgaat. Er verschijnen wat rode plekjes op de huid, op de plaats waar de larfjes binnen gedrongen zijn. Eén à twee weken later ontstaan er kleine, jeukende rode bultjes op diezelfde plaats. Dat is een reactie van de huid op de larfjes die in de huid dood gaan. De aandoening gaat binnen ongeveer een week vanzelf over en hoeft niet behandeld te worden (tenzij er door het krabben huidontstekingen zijn ontstaan).

Stadjers die de afgelopen dagen bij de speelvoorziening gezwommen hebben, en last hebben bultjes, jeuk en huiduitslag wordt wel aangeraden om naar de huisarts te gaan.



Kokkelsterfte in de Oosterschelde (28 juni 2010)

Vorige week woensdag, 23 juni, zijn op de zandplaten in de Oosterschelde grote hoeveelheden dode kokkels aangetroffen. Er lagen duizenden kokkels geopend in het zand. Het is nog niet eerder voorgekomen dat er zo ‘n grootschalige sterfte in de Oosterschelde plaatsvond.
Onderzoekers van Rijkswaterstaat, Imares, Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en Vogelbescherming Nederland zijn bezorgt over de sterfte van de kokkels. Vooral omdat het een van het belangrijkste voedselbronnen is van de scholekster.

Er zijn monsters genomen door NIOO en IMARES van de kokkels op verschillende platen in de Oosterschelde. Opmerkelijk is wel dat andere schelpdieren, zoals mossels of oesters geen last hebben van deze sterfte. Er is ook gezocht naar sporen van parasieten of infecties onder de kokkels. Verder werden er geen giftige algen ontdekt.

De precieze oorzaak van de sterfte is dus nog onbekend, maar het vermoeden is dat een infectieziekte de boosdoener is. Deze massale sterfte is namelijk al wel in andere kustgebieden in Europa voorgekomen, waaronder Spanje en Wales.
In het verleden zijn er ook schelpdieren vanuit Wales naar de Oosterschelde getransporteerd en het is mogelijk dat ook deze infectieziekte meegereisd is. Vogelbescherming Nederland roept de minister daarom op om het heen en weer gesleep van schelpdieren te blijven verbieden en geen transporten van bijvoorbeeld de Oosterschelde naar de Waddenzee toe te staan. Voorkomen moet worden dat een dergelijke massale sterfte namelijk ook de kokkels in de Waddenzee zal gaan treffen.



Otter toevallig teruggevonden in Vechtplassen

Voor het eerst in dertig jaar is in natuurgebied De Vechtplassen weer een otter gesignaleerd. Het gebied omvat onder andere de Ankeveense, Vinkeveense en Loosdrechtse plassen en ligt ten noordwesten van de stad Utrecht.

Het dier stond bij toeval op een foto die op 11 juni was gemaakt in het kader van een onderzoek naar boommarters. Deskundigen die de foto hebben gezien, bevestigen nu dat het inderdaad om een otter gaat.

"Dit is echt ongelooflijk", zegt Ron van Overeem, de beheerder van De Vechtplassen. "We hadden niet gedacht dat de otter hier al zo snel weer zou opduiken."

Waarschijnlijk komt de otter uit Overijssel, waar het dier in 2002 opnieuw werd uitgezet. Volgens Van Overeem bewijst de terugkeer van de otter het succes van het aanleggen van diervriendelijke verbindingen tussen de verschillende natuurgebieden, zoals ecoducten.

"Voor mij komt hiermee een droom uit. Ik heb altijd gezegd dat de terugkeer van de otter de kroon op ons werk in De Vechtplassen zou zijn", aldus de beheerder. "Fantastisch dat ik dat nu daadwerkelijk mag meemaken."

De otter verdween eind jaren zeventig uit De Vechtplassen en eind jaren tachtig helemaal uit Nederland. Het stierf uit door toedoen van de mens, die zijn leefgebied vernietigde en versnipperde, maar ook door aanrijdingen, watervervuiling en illegale jacht.

 


Waddenzee officieel Werelderfgoed

De Waddenzee is sinds afgelopen zaterdag, 19 juni 2010, officieel een Werelderfgoed.
Vorig jaar op 26 juni 2009 werd al duidelijk dat de Unesco de Waddenzee op deze lijst zou plaatsen, maar zaterdagmiddag werd pas de bijbehorende oorkonde overhandigd.

Demissionair minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Gerda Verburg, ging samen met Kishore Rao van de VN organisatie Unesco in Lauwersoog aan boord van het schip Waddenzee. Op de Waddenzee kreeg de minister de felbegeerde oorkonde. Daarmee staat het unieke getijdengebied van het Waddengebied op de lijst van werelderfgoed, naast bijvoorbeeld het Australische Great Barrier Reef.
Garnalenvissers voerden zaterdagmiddag nog actie in Lauwersoog. Zij vrezen dat de beschermde status de doodsteek is voor de garnalenvisserij. De garnalenkoningin bood de minister 10.000 handtekeningen aan die de vissers hadden ingezameld. De minister beloofde zich in te zullen zetten voor de vissers.

 

 

Gemeente Groningen onderzoekt ‘Leven op het Dak’  

Van vegetatiedaken, ook ‘groene daken’ genoemd, zijn veel voordelen bekend, zoals het opvangen en bufferen van regenwater bij hevige regenval, de isolatiewaarde en de bijdrage aan de afkoeling van de stedelijke omgeving. Meestal staat in reclamemateriaal de mogelijke bijdrage van vegetatiedaken aan de (stads)ecologie onderaan het lijstje van voordelen. Onterecht, denkt de gemeente.

Omdat Groningen zich tot doel heeft gesteld om duurzaamste stad te zijn, wil de gemeente Groningen voortrekker zijn in het aantonen van de ecologische betekenis van vegetatiedaken. Voor zover bekend is in Nederland nog niet eerder een dergelijk onderzoek uitgevoerd.

Acht locaties binnen de gemeentegrenzen zijn inmiddels geselecteerd voor het onderzoek. Er wordt onderzocht welke planten en dieren op deze daken voorkomen. Zes van de vegetatiedaken zijn aangelegd als sedumdak: een dak met één tot vijf soorten sedum (vetplanten) die volgens de ervaring goed kunnen blijven leven op het dak. Ook worden een grasdak en twee daktuinen meegenomen in het onderzoek. In de praktijk blijken na enkele jaren ook planten op het dak te groeien die er niet bij de aanleg zijn geplant. Als gevolg van de verspreiding van hun zaden door de wind en door dieren, weten deze planten zich op het dak te vestigen.

Het onderzoek bestaat uit het verzamelen van gegevens over het gebruik van de daken door planten en dieren. Met behulp van wetenschappelijk verantwoorde methodes worden de soorten en aantallen vastgesteld. Er wordt een verband gelegd tussen deze gegevens over biodiversiteit en een aantal andere kenmerken van het dak, zoals gebruikte technieken bij de aanleg van de beplanting, de ligging van het dak, hoogte boven het maaiveld en het beheer.

De resultaten van het onderzoek zullen gebruikt worden om woningbouwcorporaties, vastgoedontwikkelaars, architecten, hoveniersbedrijven en dergelijke inzicht te geven in de ecologische waarde van vegetatiedaken. De gemeente wil deze partijen handvatten geven voor een ecologische inrichting en beheer van de daken.

 


Uniek broedgeval van roodhalsfuut in Groningen
Sinds kort broedt er een Roodhalsfuut in de Westerbroekstermadepolder.
Voor zover bekend is dit het eerste broedgeval van deze vogelsoort in de provincie Groningen. Een aantal vogelaars van Avifauna Groningen hield het paartje al geruime tijd in de gaten, maar afgelopen week werd het broedgeval met zekerheid vastgesteld.

Tijdens observaties aan deze fuut door vogelaar Guido Meeuwissen was een oudervogel het nest nog steeds wat aan het opknappen, de eieren aan het keren en nam het een dreigende houding aan naar naburige Meerkoeten.
In het boek ‘Avifauna van Groningen’ en ‘Vogelatlas van Groningen’ wordt de Roodhalsfuut slechts als doortrekker gemeld, niet als broedvogel. De vogel is landelijk zeer zeldzaam en broedt eigenlijk alleen in Drenthe op een paar plekken.
Hij voedt zich met waterinsecten en zoetwaterslakjes. Dat het dier nu ook in de Westerbroekstermadepolder op de eieren zit, laat zien dat het verwerven en inrichten van grote aaneengesloten natuurgebieden zinvol is om zodoende de biodiversiteit in Nederland te behouden.



Vissen groeien langzamer en blijven kleiner

De intensieve visserij op de Noordzee leidt tot veranderingen bij vissen. Die blijven kleiner, groeien langzamer en worden eerder geslachtsrijp. Dit stelt Fabian Mollet, visserijonderzoeker bij IMARES, onderdeel van Wageningen UR.
Mollet bootste de visserij en de effecten op de Nederlandse tong- en scholpopulaties na met complexe, door hemzelf ontwikkelde modellen. Hij bestudeerde hoe de visserij de groei beïnvloedt en de leeftijd waarop de dieren geslachtsrijp worden. ‘De vissterfte door de efficiënte visserij is enorm’, stelt Mollet. ‘Om als vis de eerste vijf jaar te overleven moet je mazzel hebben: de kans hierop is slechts een procent of acht.’

Volgens de promovendus is het door de selectie op grootte nadelig voor een vis om groot te zijn; die wordt heel snel gevangen. Het is veel voordeliger om klein te blijven en vroeg voort te planten.
Mollet: ‘Intensieve visserij leidt tot kleinere individuen die eerder geslachtsrijp zijn.’ Om als kleine vis toch voldoende eitjes te produceren, investeren de dieren bovendien extra veel energie in het nageslacht, waardoor ze ook nog minder snel groeien. Die genetische veranderingen verlopen heel snel. Ze kunnen zich binnen enkele decennia voltrekken.

Volgens Mollet werkt de huidige van vissen, waarbij geselecteerd wordt op grootte, de evolutie naar  kleine vissen en dus minder economische waarde in de hand. Hierdoor is ook de maximale vangst die mogelijk is zonder de populatie te overbevissen, uiteindelijk minder. 

 

 

Zeearendjong geringd

Het is de grootste roofvogel van Europa: de zeearend.

De roofvogel lijkt zijn plek in Nederland weer gevonden te hebben. Volgens een schatting van Staatsbosbeheer is het aantal paren in Nederland inmiddels gestegen tot tien!

Voor het vijfde achtereenvolgende jaar heeft een paar met succes gebroed in de Oostvaardersplassen. De jonge zeearend van dit jaar weegt inmiddels vier kilo en is door medewerkers van staatbosbeheer geringd. Het nest van de zeearenden is bijna twee meter in doorsnee en bevindt zich in een boom in een moerassig gedeelte van het natuurgebied.

Voor het eerst mocht een camera van de NOS mee bij het ringen van het jong.



Ontdekking van een zwarte hagedis

Een vrijwilliger van Natuurmonumenten heeft een bijzondere en zeldzame levendbarende hagedis ontdekt: Een totaal zwart exemplaar.

De meeste mensen kennen het bestaan van albinisme, maar niet het bestaan van melanisme.
Een albino kan geen pigment maken en is daardoor geheel wit. Een melanistische hagedis maakt juist extra veel pigment aan en is dus totaal zwart. Ondanks dat melanisme bij reptielen, en met name bij hagedissen, wel voorkomt, wordt het toch zelden waargenomen. Tot 2005 is er slechts één waarneming van een melanistisch exemplaar bekend op een totaal van 28.000.

De bijzondere ontdekking vond afgelopen zondag 16 mei plaats in Loonse en Drunense Duinen in de provincie Brabant. Het gebied is een open en groot heidegebied met hier en daar stuifduinen, wat goede kansen biedt voor soorten als de levendbarende hagedis en ook andere reptielen.

 


Aaltjes geboren in een laboratorium

Het heeft niet de aandacht gekregen, dat het misschien wel verdient.

In een laboratorium van de Leidse universiteit is het namelijk gelukt om palingen te vermeerderen. Via een ingewikkeld proces is het wetenschappers gelukt om in gevangenschap jonge palinglarfjes te kweken. Een doorbraak van jewelste voor deze inmiddels bedreigde vissoort.

In het dagblad van Trouw van 14 mei stond daarover het volgende artikel:

Klik hier voor de link

 


Kluteneieren verdwenen in Hoeksmeer

Jacob de Bruin, boswachter van Natuurmonumenten in Groningen en Noord-Drenthe meldt vandaag, dinsdag 11 mei, op de website van Avifauna Groningen dat er in Hoeksmeer 100 kluteneieren zijn verdwenen. Het Hoeksmeer is een weide-, water- en moerasvogelreservaat van Natuurmonumenten en bestaat uit graslanden, moeras, een oude kreekloop en een ondiepe plas. Het gebied ligt even ten noorden van Groningen, vlakbij Garrelsweer, het Damsterdiep en het Eemskanaal.

Hieronder zijn droeve constatering:

“Het is al zover, zo'n 100 kluteneieren zijn verdwenen uit Hoeksmeer. Na vele inspanningen van vrijwilligers, boeren en medewerkers geeft dit een nare bijsmaak aan de vele broedvogels dit jaar. Wat kunnen we hier aan doen? Het doorgeven van waarnemingen is blijkbaar gevaarlijk. Maar het is ook een leuke hobby en wij zijn ook trots op de mooie waarnemingen in onze gebieden. Alle betrokkenen in Hoeksmeer staan op scherp en "vreemd volk" wordt in de gaten gehouden. Het is jammer dat een enkeling de gastvrijheid zo kan aantasten. Groeten, Jacob de Bruin.”

Op de website van Avifaunagroningen worden veel leuke waarnemingen doorgegeven van bijzondere vogels of bijzondere broedgevallen. Vaak met een precieze omschrijving van de plaats. Jacob de Bruin constateert dat deze informatie bij sommige mensen niet veilig is. De kluut is een schaarse broedvogel in Nederland met zo'n 7000 paartjes. De eieren van deze steltloper met zijn naar boven wijzende snavel worden klaarblijkelijk gestolen om uit te broeden, waarna de jongen voor veel geld worden verkocht aan handelaren en zogenaamde vogelliefhebbers.

De website van Avifauna Groningen: http://www.avifaunagroningen.nl/
Kijk daar bij het forumonderwerp: "Nestplekken niet op het Forum zetten."



Muskusrattenbestrijding kan anders

Tijdens het muskusrattensymposium, dat de Zoogdiervereniging op 16 april organiseerde, kwam naar voren dat de huidige strategie van muskusrattenbestrijding veel nadelen heeft. Met name voor de waternatuur, voor vissen, bunzingen, en ook voor de bever en de otter.  De huidige strategie voor muskusrattenbestrijding beslaat heel Nederland en er wordt jaarrond gevangen. In sloten en andere watergangen staan talloze klemmen en fuiken.
Er bestaan wel degelijk alternatieven voor de huidige wijze van bestrijding, maar daar is weinig veldonderzoek naar gedaan. Er zijn ook veel preventieve maatregelen mogelijk, die schade aan oevers en kades voorkomen. Vooral door de zogenaamde overdimensionering van de oevers worden kaden en oevers veel minder kwetsbaar voor het graafgedrag van de muskusrat.

Twee onderzoekers kwamen met alternatieven waardoor minder muskusratten hoeven te worden gevangen. In het ene geval wordt de intensiteit van het vangen gevarieerd om te komen tot een zo effectief mogelijke aanpak, maar ook zou er objectgericht en/of seizoenaal gevangen kunnen worden. Objectgericht betekent dat men alleen muskusratten wegvangt bij kwetsbare objecten. Een tweede alternatief is om alleen in winter en voorjaar te vangen, in plaats van het jaar rond. Verrassend genoeg heeft dat bijna hetzelfde effect op het verlagen van de populatiedichtheid als jaarrond vangen. Met minder moeite, minder vangsten en minder bijvangsten.

In de discussie bleek dat er nog veel onduidelijk is over het effect van de alternatieven. Tot verrassing van de bezoekers is er sinds 1990 geen veldonderzoek gedaan.
Er is dus dringend behoefte aan experimenten in het veld!

Op basis van een bericht uitgegeven door de Zoogdiervereniging op zaterdag 8 mei 2010

 


Aantal dassen neemt toe

Het goed met de das in Nederland: De verspreiding en de aantallen nemen nog steeds toe.
Was het aantal dassen in de jaren tachtig gedaald tot ongeveer twaalfhonderd, nu leven er weer circa vijfduizend dassen in Nederland.

De das komt hier vooral voor op de hogere gronden in het oosten, zuiden en midden van het land. De das ontbreekt in Noord-Holland (behalve het Gooi), Zuid-Holland, Zeeland en op de kleigronden van Groningen en Friesland. De meeste dassen komen voor op de Veluwe, in zuidelijk Gelderland, oostelijk Noord-Brabant en Zuid-Limburg.

De das heeft een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook andere open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen, zijn geschikt. Zelfs in zandafgravingen, onder gebouwen en in drooggevallen slipdepots wordt de das soms aangetroffen. De enig plaats vlakbij de stad Groningen waar de das voorkomt is bij zo’n kunstmatige verhoging van het landschap door zand en slipstortingen.
Het leefgebied van de das moet voldoende dekking hebben, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed kunnen graven met een grondwaterstand van tenminste anderhalve meter onder het maaiveld. Droog dus.
Door zijn leefwijze met vaste verblijfplaatsen die generaties lang gebruikt worden, blijft de das zeer kwetsbaar voor veranderingen in het landschap.

U kunt ook uw eigen waarnemingen doorgeven op www.telmee.nl of www.waarneming.nl

 


Leden KNNV vinden zeer zeldzame nachtvlinder

Tijdens een inventarisatie door de insectenwerkgroep van de Natuurhistorische Vereniging KNNV werd een zeldzame nachtvlinder gevonden. Op landgroep Vennebroek in Paterswolde werd ‘s nachts de Fraaie Walstrospanner aangetroffen.

Van deze nachtvlinder zijn de afgelopen eeuw maar een paar meldingen bekend uit Limburg en de kustgebieden. Het is ook pas de tweede vondst voor Drenthe. De fraaiheid van deze walstrospanner zit hem niet in de kleuren, maar in het patroon van bruine banden op een lichte achtergrond.

De fraaie walstrospanner heeft een spanwijdte van ongeveer 35 mm. De rups leeft op planten van de walstrofamilie. Deze planten groeien voornamelijk in bossen, struwelen, heggen, slootkanten, natte heiden, moerassen en tuinen. Vroeg in het voorjaar verschijnen de vlinders en het aangetroffen exemplaar was duidelijk een net ontpopte vlinder. De vleugels waren nog niet ‘afgevlogen’ en helemaal gaaf en fris van kleur.

De insectenwerkgroep van de KNNV is dit jaar begonnen aan een inventarisatie van landgoed Vennebroek en het aangrenzende Friesche Veen met nu al een mooie vondst dus.


Dodelijke amfibieschimmel nu ook in Nederland en België

Stichting RAVON en de Universiteit van Gent hebben in recent onderzoek een schimmel aangetroffen, die een voor amfibieën gevaarlijke infectieziekte kan veroorzaken. Deze ziekte heeft wereldwijd al voor het uitsterven van een aantal amfibieënsoorten gezorgd en voor de sterke achteruitgang van vele andere soorten. Daarom wordt het gezien als de ergste infectieziekte die gewervelden ooit heeft getroffen. 
Het gaat om de amfibieschimmel Batrachochytrium dendrobatidis, die de ziekte chytridiomycose kan veroorzaken. In bijna alle Nederlandse provincies en in Vlaanderen zijn besmette dieren gevonden. Vier procent van alle amfibieën blijkt geïnfecteerd. Chytridiomycose is de ziekte die het resultaat is van een aanhoudende infectie van de huid bij de amfibieën en heeft onder andere tot gevolg dat het dier nauwelijks meer via zijn huid kan ademen en stikt.
Wat de ziekte zo gevaarlijk maakt is de combinatie van het grote aantal soorten dat ziek kan worden en de desastreuze gevolgen voor deze soorten: In het ergste geval sterft 90 tot 100 procent. Wat de impact is van de schimmelinfectie op onze inheemse amfibieën is momenteel niet bekend. Daarvoor is nader onderzoek nodig.
De schimmel wordt waarschijnlijk niet alleen verspreid door besmette dieren en vogels die van het ene naar het andere water gaan, maar mogelijk ook door menselijke activiteiten in het veld. Om deze reden houden de onderzoekers een sterk pleidooi voor het nemen van preventieve hygiënemaatregelen in het veld door veldwerkers. Het hygiëneprotocol staat vermeld op de website van RAVON. http://www.ravon.nl/


 

Vogelhersenen mogelijk verder ontwikkeld dan gedacht

Het brein van vogels zou volgens onderzoekers uit Nieuw-Zeeland verder ontwikkeld kunnen zijn dan aanvankelijk werd gedacht. In een onderzoek kwamen zij erachter dat kraaien gebruik kunnen maken van hulpmiddelen om zelfs de meest complexe taken te voltooien.
De onderzoekers plaatsten verschillende wilde Nieuw-Caledonische kraaien in een volière, met het eten net buiten bereik. Om het voedsel te kunnen bemachtigen, moesten de kraaien een complex probleem oplossen: Eerst moest de vogel aan een kort touwtje trekken, waardoor er een klein stokje loskwam. Met dat stokje moest de vogel een groter stokje zien los te peuteren om vervolgens met dezelfde techniek het eten naar voren te kunnen schuiven
“Een van de vogels – Sam – gebruikte de eerste 110 seconden om alle instrumenten goed te bestuderen, waarna hij zonder fouten het probleem oploste,” verklaarde hoofdonderzoeker Alex Taylor. Het was volgens hem “ongelooflijk verrassend” om de vogels een dergelijk probleem te zien oplossen met diverse hulpmiddelen, ondanks dat kraaien al “decennia lang worden onderzocht vanwege hun intelligentie". 
De experimenten toonden aan dat de prestaties van de vogels bij het oplossen van het probleem echt te maken hadden met hun denkproces en niet met het leren door vallen en opstaan (trial ’n error). 

Zie Sam aan het werk op onderstaande video.



 

Zeearenden broeden in het Lauwersmeer
De zeearend (Haliaeetus albicilla), de grootste arend van Europa, doet een broedproging in het Lauwersmeer.  Vorig jaar al werd een stelletje zeearenden regelmatig in het uitgestrekte Lauwersmeergebied gezien. Ze werden er zelfs baltsend gezien. En dit jaar is het dan zo ver: de zeearenden hebben op 18 maart gepaard. Inmiddels zijn nestelende activiteiten waargenomen en wordt er regelmatig een zeearend op het nest gezien. Staatsbosbeheer en SOVON monitoren de voortgang van het zeearendenpaar en bewaken het nest en de directe omgeving permanent. De zeearend is gevoelig voor verstoringen, en daarom wordt alles in het werk gesteld om de zeearenden de nodige rust te gunnen. Het natuurgebied is grotendeels afgesloten voor publiek. Het nest ligt bovendien in een onbegaanbaar gedeelte van het gebied.
Lange tijd werd niet voor mogelijk gehouden dat de zeearend in een dichtbevolkt gebied als Nederland zou kunnen broeden. Dit jaar doen zeearenden, naast het Lauwersmeer, ook een poging in de Oostvaardersplassen en in het Zwarte Meer, een natuurgebied van Vereniging Natuurmonumenten. Een zeearend, met een spanwijdte tot wel twee-en-een-halve meter, leeft van vogels, vis en aas. De arend leeft bij voorkeur in een uitgestrekt, waterrijk gebied, zoals dus het Lauwersmeer.


 

 

Nieuwe hagedis bitatawa meet twee meter

In de noordelijke bossen van het Filippijnse eiland Luzon leeft een dier dat tot vandaag zonder wetenschappelijke naam door het leven ging. Een reptiel van twee meter lengte nog wel. De lokale bevolking kende het beest al lang, en noemt het de bitatawa. Merlijn van Weerd, een Leidse bioloog, ontdekte het grote reptiel en maakte de eerste foto van Varanus bitatawa, zoals hij vanaf nu heet. 

Van Weerd stuitte op het dier terwijl hij met ander onderzoek bezig was. “Ik zag er een jager mee lopen, en het viel me op dat het beest er heel anders uitzag dan de varaan die ik wel kende. Die bekende soort, Grays varaan, is grauw van kleur, maar deze had gele vlekken. Ik heb de foto opgestuurd naar een expert, en zo is het balletje gaan rollen.” Uiteindelijk resulteerde dat in een officiële beschrijving van de nieuwe soort in het vakblad Biology Letters.

De nieuw ontdekte varaan leeft vrijwel uitsluitend van de harde vruchten van de pandanus, ook wel schroefpalm genoemd. Deze tropische boom is bekend vanwege de smaak die hij aan rijst geeft die in zijn buurt groeit: pandanrijst. Qua vorm hebben de vruchten wel wat weg van een ananas. Verder eet het alleen slakken. Een heel ander dieet dus dan de rest van de varanenfamilie. Die eten vlees, vis of aas. Zijn bekendste familielid is de Komodovaraan.
Zoals bijna elke diersoort die in deze tijd nog ontdekt wordt, is de bitatawa meteen in zijn voortbestaan bedreigd. Van Weerd: “Hoewel dit gebied wemelt van de soorten die nergens anders ter wereld voorkomen, veel meer dan bijvoorbeeld op de Galápagos-eilanden, krijgt het nauwelijks aandacht van natuurbeschermers. Dat is bijzonder jammer, want het krijgt wél aandacht van de houtindustrie. Op de Filippijnen is nog maar 20 procent van het oorspronkelijke bosoppervlak over, en het gaat nog steeds achteruit.”

 


Aantal ziekte van Lyme gevallen bijna verviervoudigd in 15 jaar

Ook dit jaar zullen weer vele tienduizenden mensen gebeten worden door teken.  
Bij ongeveer een op de 70 mensen ontstaat daarbij de ziekte van Lyme.
Het RIVM meldde onlangs dat huisartsen in 2009 bij 22.000 mensen symptomen van de ziekte van Lyme hebben vastgesteld. Dat zijn 5000 mensen meer dan in 2005 en zelfs 16.000 meer dan in 1994.

Teken lijken een beetje op spinnen, zijn over het algemeen niet groter dan 1 cm, maar het zijn wel diertjes om uit de weg te gaan. Een teek heeft namelijk bloed nodig om te kunnen volgroeien en om eitjes te kunnen leggen. In het gras of in de struiken wachten ze tot ze zich aan een gastheer kunnen vastgrijpen. Dit kunnen onder andere honden, egels of katten zijn, maar mensen slaan ze ook zeker niet af.

Vorige week werd bekend dat over heel 2009 18 procent van de teken de Borrelia-bacterie bij zich droeg. Dat is een hoger percentage in vergelijking met voorgaande jaren. Belangrijke informatie, want deze besmette teken kunnen de ziekte van Lyme veroorzaken.

Een infectie van de Borrelia-bacterie bij mensen kan tot een zich steeds uitbreidende kringvormige rode uitslag rond de beet leiden. De rode kring verschijnt echter niet altijd. Als de infectie onbehandeld blijft, kan dat leiden tot chronische klachten met betrekking tot het zenuwstelsel, de gewrichten, huidaandoeningen en hartritmestoornissen. Goed opletten dus, want wanneer je de teek binnen 24 uur met een pincet of tekentang geheel verwijderd, is de kans op infectie nog zeer klein.
Bij bovengenoemde symptomen moet echter meteen de huisarts geraadpleegd worden.

 

 

Werelds sterkste kever trekt 1.141 x zijn gewicht

De rundermestpillendraaier, die ook in Nederland voorkomt, is het sterkste insect ter wereld. Deze kleine soort mestkever van circa 1 cm groot kan 1.141 keer zijn eigen gewicht trekken.
Hetzelfde als wanneer een mens van 75 kilo drie zwaarbeladen vrachtwagens zou verplaatsen van in totaal 85 ton. Een Australische en een Britse bioloog maten het record tijdens een studie naar de conditie van de kevers, Dit onderzoek verscheen 24 maart online in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the Royal Society.
Deze mestkever, met de latijnse naam Onthophagus taurus, graaft gangen in koeienvlaaien, die bij voorkeur in het bos zijn gedropt. Daarbij vechten de mannetjes om de toegang tot het vrouwtje: ze proberen elkaar de gang uit te duwen. Daarom zijn ze volgens de biologen zo sterk.

Voor hun onderzoek zetten ze de kevers in een schuin oplopende tunnel, die bekleed was met fijn schuurpapier (korrel 300). Ze plakten een draad aan het keverschild (lijm: Tarzan's Grip) en knoopten aan de andere kant een hangend bakje water. Hoe sterker de kever, hoe meer gewicht er nodig was om de weerbarstige kever uit zijn tunnel te trekken.

De sterke kever komt voornamelijk in het zuiden van Nederland voor.

 


De Europese steur op weg uit te sterven

Een blikje kaviaar kopen? Dat kan nog steeds. Maar de steureitjes komen wel van een vis die ernstig met uitsterven bedreigd is. En dat geldt voor de meeste steuren ter wereld. Dat laatste blijkt uit een wereldwijd overzicht dat de natuurorganisatie IUCN (International Union for Conservation of Nature) heeft gepresenteerd, het eerste in veertien jaar. Die organisatie maakt de internationale Rode Lijst, een wetenschappelijk overzicht van bedreigde diersoorten.

Van de 27 soorten steur die wereldwijd leven, zijn er 17 „ernstig bedreigd” met uitsterven. Veruit de meeste wilde populaties zijn ingestort; vier van die bedreigde soorten zijn mogelijk al uitgestorven in het wild.

De enige steuren waarvoor het vooruitzicht goed is, leven in Noord-Amerika. De steuren van Europa, Rusland en Azië worden – op een enkele soort na – ernstig bedreigd. Voor verschillende soorten voorspellen de onderzoekers dat ze de komende decennia zullen uitsterven.

Steuren (en de verwante lepelsteuren) zijn primitieve vissoorten; ze bestonden 250 miljoen jaar geleden al. Twee bedreigingen zijn funest voor deze vissen: overbevissing en vernietiging van hun leefgebied.
De vangsten van de beluga (Huso huso) in de Kaspische Zee zijn sinds de Tweede Wereldoorlog met 95 procent verminderd. Zulke afnames, en ook sterkere, worden voor veel steuren gemeld.

Er wordt nog steeds op veel plaatsen gevist. Officieel mag dat in Rusland alleen voor wetenschappelijke doeleinden. Maar die vis die voor wetenschappelijke doelen gevangen wordt, komt vervolgens wel op de markt.

Andere landen, zoals Kazachstan, staan ook de commerciële vangst op steur nog toe.

De aanleg van stuwdammen – zoals in de Wolga, de Don en de Yangtze – heeft de trek van steuren grotendeels onmogelijk gemaakt; vispassages bestaan niet of nauwelijks.

Klik hier voor meer informatie over de IUCN rode lijst.

 


Cites-conferentie afgerond: belabberde resultaten

De internationale Cites-conferentie over de handel in bedreigde diersoorten in het Arabische Qatar werd gisteren, donderdag 25 maart, afgesloten. De resultaten van de bijeenkomst waren allerbelabberdst. Slecht nieuws dus voor de tonijn en de haai.
Hieronder een overzicht van de belangrijkste beslissingen die zijn genomen:

- Een handelsverbod voor blauwvintonijn is door een duidelijke meerderheid afgewezen. Onder meer Japan, dat zijn eetcultuur bedreigd zag, Libië en Turkije stemden tegen. De
Europese Unie onthield zich van stemming. 
- Alle voorstellen om regels op te stellen voor de grensoverschrijdende handel in haaien zijn verworpen. Geen van de vijf haaiensoorten waarover is gesproken, wordt berschermd. Dinsdag werd besloten om de haringhaai op lijst 2 te zetten, waarmee handel onder voorwaarden mogelijk zou zijn. Dit besluit werd donderdag echter weer teruggedraaid tijdens de laatste zitting. Japan en China leidden het verzet.

- Er komt geen handelsverbod op de ijsbeer, zoals voorgesteld door de Verenigde Staten. Doordat de ijsbeer niet door handel wordt bedreigd, kan het dier niet op lijst 1 worden geplaatst, waarmee de handel zou worden verboden. De
EU-lidstaten stemden unaniem tegen.
- De handel in ivoor van olifanten blijft voorlopig verboden. De Afrikaanse landen Tanzania en Zambia wilden de olifant van lijst 1 naar lijst 2 verplaatsen, zodat de handel in ivoor onder voorwaarden mogelijk zou zijn. Dit voorstel is afgewezen.


De digitale atlas van economische planten

Er is vorige week een monumentaal werk verschenen: De digitale atlas van economische planten.

In deze atlas, die - evenals de andere atlassen in deze serie - als boek en als website is gepubliceerd, worden planten gepresenteerd die een economische waarde hebben, bijvoorbeeld als voedsel, specerij, genotsmiddel, medicijn, gifstof, offergave, kleurstof, looistof, bouwstof of bodembedekker. Het enorme boek bestaat uit drie delen van samen meer dan 2000 pagina's. Het bevat 3953 plantensoorten in 272 plantenfamilies, die op meer dan 10.000 foto’s worden afgebeeld.
De Groninger hoogleraar René Cappers is een van de auteurs van dit geweldige standaardwerk
. Naast zaden en vruchten worden in deze atlas ook andere plantendelen afgebeeld, zoals wortels, bollen en knollen, stengel-fragmenten, bladeren, bloemen en knoppen.

Om al deze informatie te verzamelen zijn de afgelopen jaren veel markten en kruidenwinkels in de oude wereld en Noord Afrika bezocht om de collectie aan te vullen met het huidige aanbod aan handelsgewassen. Het is daarbij gebleken dat in de afgelopen 10 jaar het aanbod aan het veranderen is. Enerzijds heeft de globalisering geresulteerd in een gevarieerder aanbod van vooral voedselplanten door migratie van mensen en een toenemend internationaal transport van goederen. Maar dezelfde globalisering heeft o ok geleid tot een zekere verschraling van het aanbod: vooral veel medicinale planten verdwijnen uit de handel. Ook verdwijnen veel lokale producten van de markten die nu nog een groot aanbod hebben, zoals in India, Noord-Afrika en China. Met het verdwijnen hiervan verliezen we ook de kennis van het lokale gebruik van planten en verliezen we daarmee de waarde van deze verborgen rijkdom uit het oog. De atlas komt dus als geroepen.

De aanschaf van het boek geeft recht op toegang tot het afgeschermde deel van de bijbehorende website. Dit afgeschermde gedeelte bevat allerlei extra’s.

Het is in het kort een onmisbaar hulpmiddel voor allerlei specialisten, en een belangrijk naslagwerk voor de liefhebber.

Het Digitale Plantenatlas Project is gerealiseerd door een samenwerking tussen de

Rijksuniversiteit Groningen en het Duitse Instituut voor Archeologie in Berlijn.

Klik hier voor meer informatie.



Wolf op vier dagen van Nederland

Vorige week werd bekend dat een wolf ten oosten van Paderborn in de Duitse deelstaat Noord-Rijn-Westfalen is waargenomen. DNA-onderzoek heeft bevestigd dat dit dier afkomstig is uit een Duits/Poolse populatie. Vermoedelijk gaat het om dezelfde wolf die eerder bij Hessen zat en nu meer naar het westen is getrokken. Zo dicht bij Nederland - zo’n 180 kilometer van de Nederlandse grens - is de wolf in geen eeuw geweest.

In dezelfde week werd bekend dat ook in Beieren een levende wolf is gesignaleerd. De Beierse minister van milieu bevestigde de aanwezigheid van een wolf in het Mangfallgebirge, nabij de Oostenrijkse grens. Genetisch onderzoek toonde aan dat dit dier afkomstig is uit de Alpenpopulatie die op zijn beurt weer afstamt van dieren uit Italië. Het is niet het eerste exemplaar dat Duitsland via deze weg weet te bereiken. Zijn voorganger in 2006 was echter weinig fortuinlijk en werd al snel overreden.
De wolf uit het Mangfallgebirge in Beieren zal zich niet zo snel in Nederland laten zien. Dit gebied ligt hemelsbreed op zo’n 552 kilometer van Maastricht.
Zwervende jongvolwassen wolven leggen gemakkelijk 50 kilometer per nacht af en dat betekent dat de wolf van Paderborn in theorie in vier dagen in Nederland zou kunnen zijn.
Voor meer informatie over wolven in Nederland zie: www.wolveninnederland.nl



Bever Barend verschijnt altijd stipt op tijd

Je kunt er bijna de klok op gelijk zetten. Dagelijks rond een uur of vier in de middag laat de bever, die sinds een aantal weken aan de Hoornse Dijk huist, zich zien. Dan komt het jonge mannetje, dat afgelopen zomer is uitgezet in het Zuidlaardermeergebied, tevoorschijn uit zijn wak.
Niet bang voor fotografen of gemotoriseerd verkeer, maar wel op zijn hoede gaat het dan op zoek naar jonge twijgen van een wilg om die uitgebreid op te peuzelen. De vele schilfers op het ijs zijn daarvan het bewijs.
Mocht u dit prachtige grote en niet schuwe waterdier willen zien, dan moet u zich dus rond vieren begeven aan Hoornse Dijk. De kans is groot dat u Barend treft bij een van zijn wakken in de buurt van de dam/ingang naar het scoutingterrein.
 

 

Migrerende insecten slim als vogels

Allerlei insectensoorten migreren elk jaar over honderden of zelfs duizenden kilometers om te paren. Lange tijd werd aangenomen dat de insecten zich gewoon op de wind lieten meedrijven. Maar uit recent Engels onderzoek blijkt dat ze veel slimmer te werk gaan.

De Engelse bioloog Jason Chapman en collega’s, die hun onderzoek deze week in Science publiceerden, volgden acht jaar lang de trektochten van verschillende insectensoorten.
De onderzoekers volgden daarvoor de insecten met twee verticaal opgestelde
radars. Deze stonden op verschillende locaties in het zuiden van Engeland. Tijdens de migratieseizoenen, in de lente en in de herfst, detecteerden de radars de gigantische zwermen die op 150 tot 1200 meter boven de grond voorbij kwamen vliegen. Om de soort insecten vast te kunnen stellen, stonden er gelijktijdig vallen opgesteld. Een vangnet aan een ballon op 200 meter hoogte viste een klein aantal van de rondvliegende insecten uit de lucht.

In totaal verzamelden de onderzoekers gegevens van meer dan honderdduizend insecten tijdens 569 verschillende massamigraties. Op basis van alle meetgegevens van de radars en de windstromingen bouwden de onderzoekers een computermodel. Daarmee werden tientallen vergelijkingstesten uitgevoerd tussen de vliegende insecten en losse deeltjes met dezelfde grootte en massa. Daaruit bleek dat bijvoorbeeld motten in acht uur tijd honderd kilometer meer afstand afleggen dan losse deeltjes die gewoon met de wind mee drijven. Dat betekent dat de insecten dus heel actief met hun reis bezig zijn. Niet alleen sturen ze bij in de windstroom, ze fladderen er zelf ook driftig op los om nog sneller te gaan. De Engelse onderzoekers concluderen dat de insecten op hun trektochten even intelligent te werk gaan als trekvogels.

Jason W. Chapman e.a., 'Flight Orientation Behaviors Promote Optimal Migration Trajectories in High-Flying Insects', in: Science, 5 februari 2010

 


Open brief wetenschappers over klimaatschandaal

53 gerenommeerde Nederlandse wetenschappers hebben een open brief gepubliceerd naar aanleiding van de recente schandalen over het IPCC-klimaatrapport van de Verenigde Naties.
Ze schrijven hierin dat de fouten in het rapport "door sommigen worden aangegrepen om de hele klimaatwetenschap in diskrediet te brengen".

Volgens de wetenschappers zijn zij in de Tweede Kamer recent neergezet als 'bedriegers' en 'klimaatmaffia'. In de brief distantiëren de wetenschappers zich nadrukkelijk van die kwalificaties. Ze erkennen dat het IPCC niet onfeilbaar is, maar volgens de wetenschappers "maakt dat haar hoofdconclusies nog niet onwaar of gekleurd". 

De brief is ondertekend door 53 wetenschappers van alle universiteiten van Nederland. Onder hen bevinden zich bekende namen als Wim Turkenburg, Pieter Winsemius, Rik Leemans, Lucas Reijnders, Bert Metz en Pier Vellinga. De brief is naar de Tweede Kamer en alle betrokkenen bij het klimaatvraagstuk.

De Nederlandse wetenschappers schrijven dat zij kennis hebben genomen van de fouten van het IPCC. Ze vinden dat deze organisatie die fouten ruiterlijk moet erkennen. Maar zij schrijven ook dat de fouten niets af doen aan "de hoofdconclusie dat de mens het klimaat zeer waarschijnlijk verandert, met op termijn ingrijpende gevolgen".


 

Wandelende takken vernoemd naar Groningse bioloog
De naam van Laas Pijnacker, gepensioneerd bioloog van de Rijksuniversiteit Groningen, is vereeuwigd.  De Italiaanse bioloog prof.dr. Valerio Scali heeft een nieuw geslacht van wandelende takken naar hem vernoemd: Pijnackeria.

Scali heeft in het Italiaanse Tijdschrift voor Zoologie beschreven dat een aantal soorten verkeerd is ingedeeld en feitelijk een aparte groep vormt. De nieuwe groep heeft hij de naam gegeven van zijn collega dr. Laas Pijnacker, woonachtig in Paterswolde, waarmee hij in het verleden veel heeft samengewerkt.

Het nieuw opgerichte genus bevat voorlopig zes soorten. Ze komen voor aan de Franse zuidkust en Spaanse oostkust.
Pijnacker wordt wereldwijd beschouwd als een specialist op het gebied van de voortplantingsbiologie, in het bijzonder de celgenetica, van wandelende takken. Pijnacker beschreef onder andere hoe wandelende takken zich parthenogenetisch (dat wil zeggen zonder bevruchting) kunnen voortplanten.
Valerio Scali is evolutiebioloog en geneticus aan de universiteit van Bologna in Italië en een specialist op het gebied van de wandelende takken in het Middellandse Zeegebied.
Het gebeurt nog wel regelmatig dat een nieuw ontdekte soort naar iemand wordt vernoemd, maar dat een heel nieuw genus wordt opgericht is wel heel bijzonder. Het is een fantastische eer als een diergroep iemands naam krijgt.

Wandelende takken zijn verwant aan de sprinkhanen. De meeste wandelende takken komen in de tropen voor. In Europa leven een tiental soorten in het Middellandse Zeegebied, maar in Nederland komen ze niet voor. Het grootst bekende insect is een wandelende tak uit Papoea Nieuw Guinea van  30 centimeter.

 


Lepelblad vaart wel bij zoute berm
Zoutleveranciers hebben de afgelopen weken overuren gedraaid in Nederland. De winter is nog niet voorbij en er is al 100.000 ton zout gestrooid. Heeft al dat zout ook gevolgen voor al wat groeit en bloeit langs de weg?

Het strooien van zout is op zich niet gunstig voor de natuur. De meeste bermplanten gaan dood door het zout in de berm. Sommige bermplanten zijn echter juist gebaat bij het strooien.
Enkele zoutplanten, die normaalgesproken langs de kust en in kwelders in het waddengebied voorkomen, hebben zich inmiddels langs de snelweg gevestigd. Het gaat om Deens lepelblad, Engels gras, stomp kweldergras en hertshoornweegbree. Deze 'pekelplanten' zijn vanuit de kustgebieden het land ingetrokken. De verspreidingskaart van het Deens lepelblad lijkt opvallend veel op de snelwegenkaart. Waarschijnlijk worden de plantjes dan ook verspreid via de auto’s. Een auto rijdt even in de berm, er komen een paar zaden in de autoband en die vallen er verderop weer uit.

Het Deens lepelblad bloeit in april. Dan kleurt het vele kilometers berm langs de Nederlandse snelweg wit.

 


Keverlarve overleeft -100 graden

Min honderd graden Celsius. Die temperatuur kan een larve van een kever uit Alaska aan. Amerikaanse biologen ontdekten dat de keverlarve de extreme kou overleeft doordat hij verglaast: zijn lichaam stolt, zonder dat er ijskristallen ontstaan. Dat is een manier van overwinteren die nog niet eerder bij dieren was gezien. De ontdekking verscheen 20 januari in het Journal of Experimental Biology .

De keverlarven van de soort Cucujus clavipes puniceus overwinteren onder de bast van bomen. Als daar geen isolerende sneeuwlaag op ligt, kan het er in Alaska gemakkelijk min veertig worden. De koudste temperatuur die ooit gemeten is in het leefgebied van de kever is -62 °C (in 1971).

De larven van die kevers kunnen daar tegen. En dat niet alleen. Onderzoekers van de University of Alaska haalden 41 keverlarven in december van hun boom af en koelden ze in het laboratorium tot -100 °C. De larven werden teruggezet in hun boom en pas in april gingen de biologen weer kijken. Drie van de 41 larven hadden dat experiment overleefd. Dat is niet veel, maar het zijn dan ook onaardse temperaturen, die meer passen bij een frisse ochtend op Mars. Een mildere afkoeling, tot -71 °C, eiste minder slachtoffers.

De larven verglaasden pas bij -58 tot -76 °C. Ze deden dat door zich eerst te vullen met veel glycerol (een natuurlijk antivries) en daarna extreem uit te drogen. IJskristallen hebben dan geen kans.

Bericht afkomstig van de wetenschapspagina van de nrc.

 

 

Visdiefjes vinden geen spiering meer

Er leefden dit jaar bijna geen jonge visdiefjes op De Kreupel. Op dit kunstmatige eilandje in het IJsselmeer huist de grootste broedkolonie van West-Europa, maar het meest geschikte voedsel voor de jongen raakt op.

Dat laatste blijkt uit een studie dat ecologisch adviesbureau Bureau Waardenburg het afgelopen jaar uitvoerde in opdracht van de Vogelbescherming, en die eind vorig jaar werd gepubliceerd.

De vangst van spiering is zo mager dat de visserij op het IJsselmeer en Markermeer het afgelopen decennium al vier maal gesloten was: in 2004, 2005, 2007 en 2008. Visbiologen denken dat het warme zomerweer mede de oorzaak is: in water boven de twintig graden gedijt spiering slecht.

De onderzoekers van Bureau Waardenburg telden op De Kreupel jonge vogels op de nesten, en door ze in staande netten te vangen. Conclusie: Er zijn dit jaar maximaal een paar honderd jongen uitgekomen, terwijl dat er in andere jaren enkele duizenden zijn.

Een gebrek aan spiering is volgens de ecologen de oorzaak: ze zagen dat de jongen merendeels spierinkjes eten. Die spieringen waren dit jaar te klein – oftewel te jong.

Een enkel slecht jaar, in het IJsselmeer, vormt geen bedreiging voor het voortbestaan van de visdief. Ze broeden volgend jaar gewoon opnieuw. Maar het is aannemelijk dat de spieringstand slecht blijft, zegt visserijbioloog Martin de Graaf van het zee-onderzoeksinstituut IMARES. „We hebben de laatste tien jaar niet één goed jaar meer gehad. Het lijkt erop dat de veerkracht uit het systeem is.” Het IJsselmeer is de afgelopen decennia aan het veranderen, legt hij uit. Het water is warmer, en de waterkwaliteit is beter. Daarom zijn er minder algen, en dus minder watervlooien en minder eten voor de spieringen.



De Slechtvalk en de stad

De slechtvalk is een roofvogel, die zich de laatste jaren erg goed heeft aangepast aan de mens en zijn cultuur.
Allereerst maakt het goed gebruik van de vele hoge objecten, die her en der in het landschap staan. Hoge flatgebouwen, electriteitsmasten en pijpen van energiecentrales worden door deze jager gebruikt als broedplaatsen. Soms geholpen door het ophangen van een nestkast.

Bovendien fungeren deze hoge plekken in de winter als een perfecte uitkijkpost om vanuit te jagen. In de stad Groningen zijn met name de torens van de IBG (de groene en de rode) en de toren van de Aakerk populair onder deze grote valkensoort.

Vanuit deze hoogtes maakt de vogel ’s winters jacht op jonge duiven maar ook op veel langstrekkende vogels. Momenteel is de houtsnip de pineut. Op 24 december zijn van deze vogel plukresten gevonden onder de toren van de Aakerk. Maar ook watersnippen en ganzen zijn niet veilig.

Uit andere waarnemingen, onder andere van slechtvalken in New York, is gebleken dat het niet bij deze aanpassingen is gebleven.

De valk is van oorsprong een dagjager. Van grote hoogtes stort hij zich overdag op zijn prooi en door de vaart van de klap is deze al bijna dood voordat het de grond raakt. Een zichtjager dus.Echter uit prooiresten is gebleken dat de slechtvalk inmiddels ook ’s nachts op jacht gaat.

Een aantal trekvogels trekt met name gedurende de nacht en bij het schemerlicht van de verlichte stad zijn ook deze inmiddels prooi voor deze grote roofvogel.

Een spectaculaire aanpassing aan zijn nieuwe leefomgeving, de stad

 

 

Vinvissen zingen toontje lager

Blauwe vinvissen, de grootste dieren op aarde, zijn sinds de jaren zestig steeds lager gaan zingen. Walvisonderzoekers die het verschijnsel opmerkten, denken dat het komt doordat hun aantallen weer toenemen nu de dieren sinds 1966 beschermd zijn. Ze onderzochten meer dan 6.000 opnames van zingende blauwe vinvissen, afkomstig uit de hele wereld.

Bij de blauwe vinvis zingen voor zover bekend alleen de mannetjes. De zang van de solitair levende dieren is tot honderden kilometers onder water te horen.

Walvisonderzoeker MarkMcDonald ontdekte bij toeval dat het geluid van de walvissen steeds lager werd. Hij stelde ontvangers op voor de Amerikaanse westkust en constateerde dat hij het bereik van de apparaten elk jaar lager moest afstellen.

Hij zocht daarna andere meetreeksen op, waarna bleek dat ook de blauwe vinvissen in de andere oceanen geleidelijk steeds lager zijn gaan zingen. De afname is al meetbaar in de oudste opnames uit de jaren zestig van de vorige eeuw. De meeste gegevens komen van de Amerikaanse westkust. Daar daalde de grondtoon van de zang van 21,9 Hertz in 1963 tot 15,2 Hertz in 2008. Ook de boventonen werden lager.
De onderzoekers vermoeden dat het te maken heeft met het einde van de jacht op de blauwe vinvis.
Daarvóór waren er volgens hen zo weinig walvissen dat ze alleen via hoge zang konden communiceren – dan kunnen ze harder zingen, zo is de akoestische theorie. Toen de aantallen toenamen, daalde het geluid weer. De onderzoekers speculeren dat mannetjes liever laag zingen omdat dat suggereert dat ze groot zijn. Bewijs voor deze theorie ontbreekt nog.

 


Minder trekvogels in het bos door klimaatsverandering

Alle insectenetende trekvogels die in Afrika overwinteren en in de Nederlandse bossen broeden, zijn sinds 1984 in aantal afgenomen. Dat blijkt uit een onderzoek van Rijksuniversiteit Groningen, SOVON Vogelonderzoek Nederland, Centraal Bureau voor de Statistiek, Radboud Universiteit Nijmegen en Alterra, dat op 16 december werd gepubliceerd in Proceedings Royal Society of London, Biological Sciences. De afname is bij sommige soorten enorm: nachtegalen zijn met 37 procent afgenomen, fluiters met 73 procent en spotvogels zelfs met 85 procent.
Door de klimaatsverandering begint de lente steeds vroeger in het jaar. Bomen lopen

tegenwoordig twee weken eerder uit dan 25 jaar geleden, en ook rupsen die de jonge blaadjes eten zijn twee weken vervroegd.

Van twee bosvogels wisten de onderzoekers al dat ze hun broedtijd niet voldoende

hebben aangepast aan het opwarmende klimaat. Koolmezen en bonte vliegenvangers broeden tegenwoordig te laat voor de rupsenpiek.

In Noord-Europa, waar het voorjaar nog nauwelijks is vervroegd, nemen de bosvogels niet af in aantal.

De onderzoekers concluderen dat de afname vooral tot stand komt doordat lange afstandstrekkers onvoldoende hun trektijd hebben aangepast om de vervroeging van rupsen bij te kunnen houden.

Door de voortgaande klimaatsverandering zal het waarschijnlijk steeds stiller worden in de Nederlandse bossen, vreest de Groningse bioloog dr. Christiaan Both: 'Steeds minder trekvogels zullen tot broeden komen'.

De tellingen voor de studie zijn hoofdzakelijk gedaan door vrijwillige vogelaars, die

jaarlijks in vele honderden gebieden op vergelijkbare wijze broedvogels tellen. Alleen

door hun jarenlange inzet is het mogelijk om deze gevolgen van klimaatsverandering in beeld te brengen.

Artikel: Both, C., van Turnhout, C.A.M., Bijlsma, R.G., Siepel, H., van Strien, A.J. &

Foppen, R.P.B. (2010) Avian population consequences of climate change are most severe

for long-distance migrants in seasonal habitats. Proceedings Royal Society of London,

Biological Sciences. Published online 16 December 2009.

 


Bevers uitgezet in Foxholstermeer

Het Groninger Landschap heeft afgelopen zaterdag 5 december bij het Foxholstermeer nog eens drie bevers uitgezet. In totaal zijn er in het Zuidlaardermeergebied nu acht bevers losgelaten. Het is de bedoeling dat er uiteindelijk een blijvende populatie van deze dieren in het gebied zal ontstaan.

Bevers kwamen lang geleden ook in het Zuidlaardermeergebied voor. Het Groninger Landschap heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in natuurontwikkeling langs de oevers van het meer en vindt dat de omgeving inmiddels zodanig is ingericht dat er voor de bevers weer voldoende leefruimte is.

De rol van bevers in het Zuidlaardermeergebied zal groot zijn. Door hun geknaag geven ze meer variatie en structuur in een oever waardoor er meer ruimte ontstaat voor andere dier- en plantensoorten. Het gebied zal ook meer dynamiek krijgen en opener blijven door al het snoeiwerk van de bevers.

De komende periode wordt de ontwikkeling van de beverpopulatie onder meer met hulp van vrijwilligers goed in de gaten gehouden.

 

 

Grutto ‘Gaast’ sneuvelt in Malinees vissersdorp (6-12-2009)

 ’Gaast’, een van de vijftien grutto’s die dit voorjaar in Fryslân van een satellietzender werden voorzien, is gesneuveld in Mali. Na een broedseizoen in de Friese weiden, vloog de vogel in juni via Spanje en Senegal naar Guinee-Bissau. Na een verblijf van ruim drie maanden vloog ze door naar de Binnendelta van de rivier de Niger, in Mali. Daar kwam ze in een visnet aan haar einde.

De zender van ‘Gaast’ viel een week na aankomst stil bij een klein vissersdorpje in Mali. Met hulp van Wetlands International in Mali is zo gauw mogelijk een opsporingsactie op touw gezet. Dat was niet eenvoudig, want ‘Gaast’ was naar een vrijwel onbereikbare plek in de Delta getrokken.

In dat gebied worden vogels vooral geschoten. Maar de lokale visser die de plek liet zien waar hij de grutto had gevonden, vertelde dat de vogel in zijn visfuik terecht was gekomen.

Eén van de vragen die hopelijk door het zenderonderzoek wordt beantwoord is of grutto’s ‘in een rondje’ trekken. Het lijkt er op dat een deel van de grutto’s uit Fryslân via Spanje en Portugal naar West-Afrika vliegt, om aan het eind van de winter via een oostelijke route langs Mali en Italië weer naar het noorden te vliegen.

 Het zenderproject is een gezamenlijk onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen, het Alaska Science Center van de US Geological Survey, ecologisch onderzoeksbureau Altenburg en Wymenga en de coalitie Nederland-Gruttoland. De vogels zijn te volgen via www.vogelbescherming.nl/grutto.  

Bericht uitgegeven door Vogelbescherming Nederland op vrijdag 4 december 2009

 

 

De hazelworm neemt licht toe.
Uit de jaarlijkse telling van het Meetnet Reptielen is gebleken dat het goed gaat met de hazelworm. Bij deze telling worden op zo’n 140 plekken door vrijwilligers reptielen, waaronder hazelwormen, geteld. In 2008 zijn er op alle onderzochte plaatsen hazelwormen gezien, in totaal 652 volwassen en 45 juveniele. Flinke aantallen werden waargenomen in Maastricht, de Kampina (Noord-Brabant), Wageningen en het dichtst in de buurt van Groningen, bij het Wapserveld in Drenthe.
D
e hazelworm is een pootloze hagedis die vaak wordt aangezien voor een slang.
Maar in tegenstelling tot slangen, kan de hazelworm zijn staart afwerpen en met zijn ogen knipperen.
De Latijnse naam van de hazelworm is Anguis fragilis wat zoveel betekent als breekbare slang.  En inderdaad is de hazelworm heel breekbaar. Bij gevaar kan hij zijn staart, die ongeveer de helft van de totale lichaamslengte uitmaakt, afwerpen om een belager te misleiden. Maar in tegenstelling tot onze andere hagedissen (met pootjes) groeit een eenmaal afgeworpen staart niet meer aan.
Door zijn heimelijke levenswijze gebeurt het vrijwel ieder jaar dat er een hazelworm verschijnt op een plaats waar hij nog niet eerder werd gezien. Afgelopen jaar was het raak op de Twentse Hooidijk en twee trajecten in het Gooi: het Hilversumse Wasmeer en de Limitische heide. Dat laatste traject is daarmee meteen een van de soortenrijkste van West-Nederland. Behalve de hazelworm leven hier namelijk ook zandhagedissen, levendbarende hagedissen en ringslangen.
Bericht uitgegeven door RAVON op woensdag 25 november 2009


Kever bevat apart soort antivries
Onderzoekers hebben een nieuw soort antivriesmolecuul gevonden bij een kever, de upis ceramboides, uit Alaska.
Deze kever kan overleven bij een temperatuur tot wel zestig (!) graden onder nul.
Natuurlijke antivriesmoleculen verlagen het vriespunt van het water en verstoren de kristalstructuur waardoor het water moeilijk kan bevriezen. De natuurlijke antivriesstoffen tot nu toe bekend waren allemaal eiwitten. Het nu bij de kever ontdekte antivriesmolecuul is geen eiwit, maar is minstens zo actief als de bekende antivries.
Het complete onderzoek verscheen maandag 23 november in 'Proceedings of the National Academy of Sciences (Early Edition).

 

Duizenden nieuwe diepzeedieren ontdekt
Meer dan 17.650 nieuwe diepzeedieren zijn de laatste jaren ontdekt. Onderzoekers hebben omder meer nieuwe weekdieren, wormachtigen, garnalen, krabben, zeesterren, koralen en kwallen gevonden.
Dat is bekend gemaakt door de 'Census of Marine Life', een internationaal onderzoeksproject dat zich uitstrekt over 10 jaar en in oktober 2011 wordt afgesloten.
De meeste soorten zijn erg klein, maar er zitten ook dieren bij met de omvang van een walvis!
Sommige levensvormen beschikken over verlichting. dit om hun weg te vinden of om prooien te lokken. In de diepzee is dat vaak ook nodig, omdat daar geen enkel zonlicht meer doordringt.
Volgens onderzoeker Robert Carney van de universiteit van Louisiana, die een deel van het onderzoek leidt, is "De diversiteit van het leven in de diepzee is veel, veel groter dan we tot dusver aannamen" 

 


Forse toename grijze zeehonden in waddenzee

 Het aantal zeehonden in de waddenzee neemt nog steeds toe.

Volgens IMARES van de universiteit van Wageningen leven er in de waddenzee 21.571 gewone zeehonden, waarvan circa 5.000 in het Nederlandse deel. Dat is een toename van 6%.

Veel spectaculairder is de toename van het aantal grijze zeehonden. Dat steeg van 1600 vorig jaar tot 2100 dieren dit jaar. 80% van deze grijze zeehond leeft op Nederlands grondgebied.

De grijze zeehond koloniseert daarmee vrij snel de waddenzee, waar deze sinds de middeleeuwen geheel verdwenen waren uit de Nederlandse wateren.

Van de 2100 dieren waren er 380 jongen, een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor.


Roeken net zo slim als mensapen

In Cambridge, Groot Brittanie, wordt al jaren onderzoek gedaan naar cognitieve intelligentie bij in groepen levende vogels. Deze sociale vogels komen beter naar voren bij intelleigentietests dan andere soorten. (Of zou dat misschien komen doordat de bedenker van die test, de mens, ook een kuddedier is, O&L).
Ook van de roek wordt zijn cognitieve intelligentie onderzocht. Daarbij is gebleken dat de roek verbazingwekkend goed is in het oplossen van praktische problemen.
De verhouding van het roekenbrein en zijn lichaam is hetzelfde als bij slimme primaten, mensapen. Ook hebben kraaiachtigen, waartoe ook de roek behoord, een enorm goed geheugen. Zo kan de struikgaai wel 30.000 plekjes onthouden, waar hij voedsel heeft verstopt voor later.
Bij roeken bestaat een sterke sociale hierarchie: alleen wordt daarbij niet fysiek gevochten, maar met het brein. De vogel met de sterkste sociale en intellectuele capaciteiten staat bovenaan in de pikorde! Roeken zijn monogaam.
De kauw blijkt overigens een beetje de domme neef van de familie: zijn prestaties blijven ver achter bij die van zijn overige familieleden.


De hazenstand loop terug
Deze week (18-25 oktober) kwamen de VZZ (zoogdierenvereniging), de SOVON (Vogelonderzoek) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met ernstige cijfers ovder de haas.
De afgelopen 10 jaar is dit mooie zoogdier met 30% achteruitgegaan!
Tussen 1997 en 2008 heeft men de hazenstand gemonitoord en geconstateerd dat het minder goed gaat met deze typische grasland bewoner. 
De belangrijkste redenen van de terugloop van de hazenstand zijn volgens de organisaties de intensivering van de landbouw en de daarmee gepaard gaande schaalvergroting.
Hierdoor is o.a. het voedselaanbod van de haas veel te eenzijdig en daarmee gaat zijn gezondheid en zijn weerstand tegen ziekten achteruit.


Lichtgevende paddestoel
Op Borneo, Indonesie, worden nog steeds veel bijzondere dieren en planten gevonden.
Zo ook deze paddestoel mycena silvaelucens.
Het is een zwam die licht geeft in het donker!
Samen met 6 andere paddestoelen schijnt deze 's nachts een geelgroen licht uit.
De reden hiervan is, dat dit nachtdieren aantrekt, die weer helpen bij de verspreiding van de sporen.
Het is overigens geen grote paddestoel. De hoed is maar 1 a 2 cm in doorsnede.


Bijenziekte:
D
e honingbijen staan al een tijdje midden in het nieuws.
Helaas niet op een positieve manier, want met name in Amerika verdwijenen ze bij volken tegelijk. Maar ook in Nederland zijn er imkers, waarvan er na de winter 80% van al hun bijen zijn verdwenen of doodgegaan!
Vanwege het spoorloze verdwijnen wordt de mysterieuze ziekte ook wel CCD genoemd, oftewel de Colony Colaps Disorder.
Naar de oorzaak of oorzaken wordt momenteel veel onderzoek gedaan. Tot nu toe zijn de preciese redenen nog niet gevonden.
Via deze link vindt u een interressant artikel van de Time (engels):
 http://www.time.com/time/health/article/0,8599,1918282,00.html 

 

 

Ogentroost & Liefdegras | Gert Jan Huiskes

97652 bezoekers (105880 hits) sinds 3-8-2009